AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel na veroordeling medeplegen witwassen
De rechtbank Rotterdam heeft op 4 april 2024 uitspraak gedaan in een zaak betreffende de ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van een veroordeelde die eerder is veroordeeld voor medeplegen van witwassen van geldbedragen en luxegoederen. De ontnemingsvordering werd ingesteld door de officier van justitie en betrof een bedrag van ruim €339.000, waarbij rekening werd gehouden met verbeurdverklaarde goederen.
Tijdens de procedure heeft de verdediging betwist dat de veroordeelde voordeel heeft genoten uit het strafbare feit en heeft zij de kasopstelling waarop de ontnemingsvordering was gebaseerd, aangevochten. De rechtbank oordeelde echter dat het wederrechtelijk verkregen voordeel aannemelijk was gemaakt op basis van een eenvoudige kasopstelling en dat de verdediging onvoldoende gemotiveerd verweer had gevoerd tegen de posten in deze kasopstelling.
De rechtbank heeft het wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op €310.682,43 en de betalingsverplichting aan de staat op €260.665,57 verminderd met de waarde van verbeurdverklaarde goederen. Tevens werd rekening gehouden met een overschrijding van de redelijke termijn, wat leidde tot een vermindering van de betalingsverplichting met €5.000,-. De duur van de gijzeling voor het verhaal van het bedrag werd vastgesteld op 528 dagen.
De uitspraak benadrukt dat de ontnemingsmaatregel hoofdelijke aansprakelijkheid inhoudt en dat de veroordeelde en medeveroordeelde gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor de betaling. De rechtbank wees het meer of anders gevorderde af en nam de persoonlijke omstandigheden van de veroordeelde mee in haar beslissing.
Uitkomst: De veroordeelde is verplicht tot betaling van €260.665,57 ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel na medeplegen witwassen.
Voetnoten
1.Het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel van de politie in het onderzoek Pandion, documentcode [nummer 1] , gedateerd 5 juli 2018.
2.Het ontnemingsrapport, p. 11-12, en het onderliggende proces-verbaal met documentcode [nummer 2] , p. 70 e.v. van het ontnemingsrapport.
3.Conclusie van repliek en het taxatierapport van [bedrijf 7] van 22 september 2017, p. 387 e.v. van het strafdossier.
4.Nu de kennelijke rekenfout van € 20,- in het voordeel is van de veroordeelde, zal de rechtbank daar verder geen acht op slaan.
6.Het ontnemingsrapport, p. 15 en 16, en het onderliggende proces-verbaal met documentcode [nummer 3] , p. 76-77 van het ontnemingsrapport.
7.De feitelijke contante uitgaven zoals gesteld in de herberekening van de officier van justitie die is overgelegd op de terechtzitting van 22 februari 2024.
8.Conform de herberekening van de officier van justitie die is overgelegd op de terechtzitting van 22 februari 2024.
10.Het ontnemingsrapport, p. 10-11.
11.Bijlage 1 bij de conclusie van repliek: het proces-verbaal van bevindingen met nummer [proces-verbaalnummer] , ter onderbouwing van de feitelijke contante uitgaven onder nummers 2 t/m 5, 7, 9 t/m 11, 13 t/m 15, 17 t/m 20, 22 en 23.
12.Zie naast voormeld proces-verbaal ook het ontnemingsrapport, p. 9.
13.Het ontnemingsrapport, p. 11.
14.Het ontnemingsrapport, p. 11-12, en het onderliggende proces-verbaal met documentcode [nummer 2] , p. 70 e.v. van het ontnemingsrapport.
15.Het ontnemingsrapport, p. 15-16, en het onderliggende proces-verbaal met documentcode [nummer 3] , p. 76-77 van het ontnemingsrapport.
16.Het ontnemingsrapport, p. 16, en het onderliggende proces-verbaal met documentcode [nummer 4] , p. 78 van het ontnemingsrapport.
17.Het ontnemingsrapport, p. 14-15, de conclusie van repliek, en het taxatierapport van [bedrijf 7] van 22 september 2017, p. 387 e.v. van het strafdossier.
18.Het ontnemingsrapport, p. 7-9, en de herberekening van de officier van justitie die is overgelegd op de terechtzitting van 22 februari 2024.
19.Het proces-verbaal van bevindingen met documentcode [nummer 5] , p. 474 e.v. van het strafdossier, en de herberekening van de officier van justitie die is overgelegd op de terechtzitting van 22 februari 2024.
20.Kennisgeving van inbeslagneming, p. 56, p. 151, p. 81, p. 144, p. 65 en p. 149 van het strafdossier.
21.Kennisgeving van inbeslagneming, p. 214, p. 46, p. 87, p. 217 en p. 165 t/m p. 166 van het strafdossier.
22.Kennisgeving van inbeslagneming, p. 110, p. 162 en p. 167 van het strafdossier
23.Het ontnemingsrapport, p. 9.