De rechtbank Rotterdam behandelde een verzoek tot wijziging van het ouderschapsplan na ontbinding van het huwelijk van partijen. De man verzocht onder meer om wijziging van de hoofdverblijfplaats van de minderjarigen en beperking van de afstand tussen de woonplaatsen van de ouders. De vrouw verzette zich tegen deze verzoeken.
De rechtbank stelde vast dat het ouderschapsplan voorziet in hoofdverblijfplaats bij de moeder en een co-ouderschapsregeling. De man kon geen relevante wijziging van omstandigheden aantonen die een wijziging van de hoofdverblijfplaats rechtvaardigen. Ook het verzoek om de afstand tussen de woonplaatsen te beperken tot maximaal 5 km werd afgewezen, omdat de vrouw inmiddels in Rotterdam-Feijenoord woont binnen de overeengekomen maximale reistijd van een uur en de belangen van de kinderen niet werden geschaad.
Wel werd het verzoek van de man tot wijziging van de zorgregeling toegewezen, waarbij de kinderen conform co-ouderschap in de even weken bij de man en in de oneven weken bij de vrouw verblijven, met wisselmomenten op vrijdag en specifieke afspraken voor vakanties. Ten slotte bepaalde de rechtbank dat ieder zijn eigen proceskosten draagt.