Verzoeker was sinds mei 2023 ingeschreven op het adres van zijn broer. Het college schreef verzoeker ambtshalve uit de Basisregistratie Personen (Brp) omdat uit een politieonderzoek en een huisbezoek bleek dat verzoeker vermoedelijk niet op dat adres verbleef. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoeker een spoedeisend belang had vanwege het risico op stopzetting van zijn zorgverzekering. Verzoeker overhandigde aanvullende verklaringen, waaronder van zijn broer en behandelaar, die bevestigen dat hij op het adres woont en daar medische zorg ontvangt. Ook getuigenverklaringen en bewijs van afwezigheid tijdens het huisbezoek werden meegenomen.
Gezien de ernstige gevolgen van een uitschrijving uit de Brp en de twijfel over het primaire besluit, besloot de voorzieningenrechter het besluit te schorsen tot zes weken na de beslissing op bezwaar. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan verzoeker.