ECLI:NL:RBROT:2024:9487
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herhaald verzoek voorlopige voorziening WW-uitkering wegens ontbreken belangrijke wijziging
Verzoekster diende op 30 januari 2024 een aanvraag in voor een WW-uitkering, welke door het UWV werd afgewezen vanwege het ontbreken van een geldig verblijfsdocument. Na bezwaar en een eerdere afwijzing van een voorlopige voorziening op 11 april 2024, heeft verzoekster opnieuw een verzoek ingediend voor een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter stelt vast dat er sprake is van een spoedeisend belang, aangezien verzoekster geen andere inkomsten heeft dan een bijdrage van haar broer. Echter, dit verzoek betreft een herhaling van een eerder verzoek, waarbij het standpunt van het UWV ongewijzigd is gebleven. De voorzieningenrechter oordeelt dat er geen belangrijke wijziging van feiten of omstandigheden is die heroverweging rechtvaardigt.
Verzoeksters argument dat de eerdere uitspraak ernstige onvolkomenheden bevat, onder meer vanwege de toepassing van de Euro-mediterrane overeenkomst en de beoordeling van haar verblijfsstatus, wordt verworpen. Het UWV dient af te gaan op de IND voor verblijfscodes, en de IND bevestigt dat verzoekster geen rechtmatig verblijf heeft. De voorzieningenrechter concludeert dat het verzoek om voorlopige voorziening terecht wordt afgewezen en dat het UWV geen voorschotten hoeft te verstrekken.
Uitkomst: Het herhaalde verzoek om een voorlopige voorziening voor een WW-uitkering wordt afgewezen wegens het ontbreken van een belangrijke wijziging in feiten en omstandigheden.