In deze zaak diende verzoeker een wrakingsverzoek in tegen de rechter in een civiele hoofdzaak betreffende een voorlopig getuigenverhoor. Volgens de geldende regels gold voor verzoeker verplichte procesvertegenwoordiging, wat betekent dat hij niet zelf een wrakingsverzoek kon indienen zonder tussenkomst van een advocaat.
Het wrakingsverzoek werd mondeling tijdens een zitting ingediend, maar niet door een advocaat. De wrakingskamer stelde verzoeker in de gelegenheid dit te herstellen door alsnog een advocaat in te schakelen binnen tien kalenderdagen. Verzoeker heeft dit verzuim echter niet hersteld.
Daarom verklaarde de wrakingskamer verzoeker niet-ontvankelijk in het wrakingsverzoek en kwam zij niet toe aan inhoudelijke beoordeling. Een mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek werd achterwege gelaten. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.