ECLI:NL:RBROT:2024:9973
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening bijstandsuitkering wegens niet duurzaam gescheiden leven
Verzoekster diende op 7 juli 2024 een aanvraag voor een bijstandsuitkering in, welke door Stroomopwaarts op 9 augustus 2024 werd afgewezen omdat zij nog gehuwd was en samenwoonde met haar partner. Verzoekster was het hier niet mee eens en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening en een voorschot op de bijstand.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het recht op bijstand beoordeeld moet worden op basis van de situatie tussen de datum van aanvraag en de datum van het besluit, dus van 7 juli tot 9 augustus 2024. Verzoekster kon niet als duurzaam gescheiden worden aangemerkt omdat zij in die periode nog samen met haar echtgenoot in dezelfde woning verbleef en gebruik maakte van de voorzieningen.
Hoewel de echtscheidingsprocedure was gestart en verzoekster per 1 september 2024 de woning moest verlaten, was dit buiten de beoordelingsperiode. De voorzieningenrechter volgde de vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep dat duurzaam gescheiden leven inhoudt dat echtgenoten ieder hun eigen leven leiden alsof zij niet gehuwd zijn, wat hier niet het geval was.
De aanvraag werd daarom terecht afgewezen. Het verzoek om een voorlopige voorziening en een voorschot werd afgewezen. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak bindt niet in een eventueel bodemgeding en tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de bijstandsaanvraag wordt afgewezen omdat verzoekster niet duurzaam gescheiden leefde in de beoordelingsperiode.