ECLI:NL:CRVB:2020:2053
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens ontbreken duurzaam gescheiden leven
Appellante, gehuwd en woonachtig op hetzelfde adres als haar echtgenoot, diende een bijstandsaanvraag in met de reden dat haar relatie verbroken was. Het college wees de aanvraag af omdat zij en haar echtgenoot nog gehuwd waren en samenwoonden, zonder duurzaam gescheiden te leven.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep. De Raad oordeelde dat duurzaam gescheiden leven vereist dat echtgenoten hun samenleven feitelijk hebben verbroken en ieder een eigen leven leiden alsof zij niet gehuwd zijn, wat niet het geval was.
De intentie tot scheiding zonder feitelijke scheiding en het blijven wonen op hetzelfde adres vanwege financiële redenen volstaat niet. Daarom kon appellante niet als zelfstandig subject van bijstand worden beschouwd en werd de aanvraag terecht afgewezen.
Uitkomst: De bijstandsaanvraag van appellante wordt afgewezen wegens het ontbreken van duurzaam gescheiden leven.