Uitspraak
[verzoekster], verzoekster,
Procedure
Inhoud verzoeken en standpunt officier van justitie
Feiten
Beoordeling
58.630,-
Rechtbank Rotterdam
De verzoekster was verdacht van deelname aan een terroristische training en verbleef van 6 juli 2023 tot 3 oktober 2024 in voorlopige hechtenis, waaronder op een terroristenafdeling. De strafzaak eindigde met vrijspraak op 15 oktober 2024.
Zij verzocht om een vergoeding van €136.950 voor immateriële schade vanwege het voorarrest, waarbij zij een hogere vergoeding dan het forfaitaire bedrag van €130 per dag vorderde, en een vergoeding van €680 voor kosten rechtsbijstand.
De rechtbank oordeelde dat er voldoende verdenking bestond om het voorarrest te rechtvaardigen en dat er geen sprake was van onrechtmatig overheidsoptreden. De immateriële schadevergoeding werd vastgesteld op het forfaitaire bedrag van €130 per dag, wat neerkomt op €59.280 voor 456 dagen. Het verzoek tot een hogere vergoeding werd afgewezen omdat de aangevoerde bijzondere omstandigheden onvoldoende waren onderbouwd.
Voor de kosten rechtsbijstand werd het forfaitaire bedrag van €680 toegekend. De rechtbank wees het meer of anders verzochte af en legde de uitbetaling van de vergoedingen vast in bevelschriften.
Uitkomst: De rechtbank kent een forfaitaire schadevergoeding van €59.280 en €680 aan kosten rechtsbijstand toe na vrijspraak.