ECLI:NL:RBROT:2025:10162

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
15 augustus 2025
Publicatiedatum
21 augustus 2025
Zaaknummer
11547743 CV EXPL 25-3593
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 210 lid 1 RvArt. 211 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing oproeping in vrijwaring wegens niet tijdig en niet voor alle weren genomen conclusie

In deze civiele procedure bij de Rechtbank Rotterdam heeft de kantonrechter een vonnis gewezen inzake een incident rondom een verzoek tot oproeping in vrijwaring. De procedure betreft een hoofdzaak tussen eiseres en twee gedaagden, waarbij één gedaagde incidenteel een oproeping in vrijwaring heeft verzocht.

De kantonrechter oordeelt dat de oproeping in vrijwaring door gedaagde 2 niet kan worden toegestaan omdat de incidentele conclusie niet voor alle weren is genomen, zoals vereist op grond van artikel 210 lid 1 Rv Pro. Daarnaast is de conclusie te laat ingediend, aangezien gedaagde 2 zijn verweer al mondeling had toegelicht op een eerdere rolzitting en pas later de conclusie indiende.

De kantonrechter veroordeelt gedaagde 2 in de proceskosten van het incident, maar stelt deze kosten nihil vast omdat eiseres geen inhoudelijk verweer heeft gevoerd. Voor de hoofdzaak wordt bepaald dat gedaagde 2 nog kan reageren op de dagvaarding op een nader te bepalen rolzitting. Verdere beslissingen worden aangehouden.

Uitkomst: Verzoek tot oproeping in vrijwaring afgewezen wegens niet tijdige en niet voor alle weren genomen conclusie.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 11547743 CV EXPL 25-3593
datum uitspraak: 15 augustus 2025
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
[eiseres],
vestigingsplaats: [plaats 1] , [gemeente] ,
eiseres in de hoofdzaak en verweerster in het incident,
gemachtigde: Velthoven de Koning Gerechtsdeurwaarders,
tegen

1.[gedaagde 1] ,

woonplaats: [plaats 2] ,
gedaagde in de hoofdzaak,
die zelf procedeert,

2.[gedaagde 2] ,

woonplaats: [plaats 2] ,
gedaagde in de hoofdzaak, eiser in het incident,
gemachtigde: mr. H.E. Borgman.
De eisende partij in de hoofdzaak wordt hierna ‘ [eiseres] ’ genoemd. Gedaagden in de hoofdzaak worden afzonderlijk ‘ [gedaagde 1] ’ en ‘ [gedaagde 2] ’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaardingen van 5 februari 2025, met bijlagen;
  • het mondelinge antwoord van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] ;
  • de brief van [gedaagde 2] van 16 april 2025;
  • de brief van deze rechtbank van 18 april 2025;
  • de incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring van [gedaagde 2] van 20 mei 2025, met bijlagen;
  • het antwoord in het incident van [eiseres] .
1.2.
De gemachtigde die zich voor [gedaagde 1] heeft gesteld, heeft zich voor het nemen van een conclusie van antwoord als gemachtigde onttrokken van de procedure. [gedaagde 1] heeft mondeling een antwoord ingediend.
1.3.
[gedaagde 2] heeft de rechtbank op 16 april 2025 verzocht een nadere termijn te verstrekken voor het indienen van een schriftelijke conclusie van antwoord. De kantonrechter heeft met een brief op 18 april 2025 aan partijen laten weten dat [gedaagde 2] in de gelegenheid wordt gesteld om schriftelijk een conclusie van antwoord in te dienen op de rolzitting van 20 mei 2025. Op de rolzitting is vervolgens een incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring ingediend.

2.De beoordeling

In het incident
2.1.
De kantonrechter geeft geen toestemming om [gedaagde 1] in vrijwaring op te roepen, omdat de incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring niet voor alle weren is genomen (artikel 210 lid 1 Rv Pro). Als de conclusie niet voor alle weren wordt genomen, dan vervalt het recht om een vrijwaringsincident te openen (artikel 211 Rv Pro). [gedaagde 2] heeft de incidentele conclusie te laat genomen, omdat hij tijdens de rolzitting van 25 februari 2025 zijn verweer mondeling heeft toegelicht bij de kantonrechter en pas na dit verweer op de rolzitting van 20 mei 2025 de incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring heeft genomen.
2.2.
De kantonrechter bepaalt dat de [gedaagde 2] als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van het incident wordt veroordeeld. De kantonrechter begroot deze kosten op nihil nu [eiseres] geen inhoudelijk verweer heeft gevoerd.
In de hoofdzaak
2.3.
[gedaagde 2] heeft nog niet gereageerd op de dagvaarding. Dat mag hij van de kantonrechter nog doen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
in het incident
3.1.
geeft [gedaagde 2] geen toestemming om [gedaagde 1] in vrijwaring op te roepen;
3.2.
veroordeelt [gedaagde 2] in de kosten van dit incident, die tot vandaag worden vastgesteld op nihil;
in de hoofdzaak
3.3.
bepaalt dat [gedaagde 2] op de rolzitting van
dinsdag 16 september 2025om
11.30 uurmag reageren op de dagvaarding;
3.4.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. I.W.M. Laurijssens en in het openbaar uitgesproken.
64363