Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- verzoekster;
- mevrouw E.J.H. Dits – Roest, werkzaam bij Geldplein (hierna: schuldhulpverlening);
- [naam], werkzaam bij Stichting Woonstad Rotterdam (hierna: verweerster).
Rechtbank Rotterdam
Verzoekster heeft een verzoek ingediend om een voorlopige voorziening op grond van artikel 287b Faillissementswet om ontruiming van haar huurwoning te voorkomen. De huurachterstand is ontstaan door loonbeslag en overbesteding. Verzoekster heeft inmiddels een vaste arbeidsovereenkomst en ontvangt gemiddeld €3.400 per maand, terwijl de huur circa €886 bedraagt. De huur over juni tot en met augustus 2025 is voldaan.
De rechtbank oordeelt dat sprake is van een bedreigende situatie nu ontruiming dreigt. Het belang van verzoekster om in de woning te blijven en het schuldhulpverleningstraject voort te zetten weegt zwaarder dan het belang van verweerster om het vonnis ten uitvoer te leggen. De rechtbank neemt een voorwaarde op dat de lopende huurtermijnen tijdig worden voldaan.
Daarnaast verklaart de rechtbank verzoekster niet-ontvankelijk in haar verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling ex artikel 284, tweede lid, Faillissementswet, omdat het minnelijk traject naar verwachting niet snel afgerond zal zijn. De voorlopige voorziening geldt voor zes maanden vanaf 27 juni 2025 en verlengt de huurovereenkomst voor die periode.
Uitkomst: De rechtbank wijst de voorlopige voorziening toe en schort de ontruiming van de huurwoning voor zes maanden op onder de voorwaarde dat de lopende huurtermijnen tijdig worden voldaan.