ECLI:NL:RBROT:2025:10295
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewet-uitkering en weigering WIA-uitkering wegens verdiencapaciteit en niet volgde wachttijd
Eiseres, werkzaam als pedagogisch medewerker, meldde zich ziek en ontving een Ziektewet-uitkering. Het UWV beëindigde deze uitkering per 13 augustus 2023 omdat uit een verzekeringsgeneeskundig onderzoek bleek dat zij meer dan 65% van haar maatmaninkomen kon verdienen. Tevens werd haar aanvraag voor een WIA-uitkering afgewezen omdat zij de vereiste wachttijd van 104 weken niet had voltooid.
Eiseres voerde in beroep aan dat haar lichamelijke en psychische klachten onvoldoende waren meegewogen en dat zij niet in staat was de voorgestelde functies duurzaam uit te oefenen. Ook stelde zij dat zij recht had op een vervroegde WIA-aanvraag. De rechtbank stelde vast dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep de beperkingen zorgvuldig en gemotiveerd had vastgesteld, waarbij alleen objectief vastgestelde beperkingen zijn meegenomen. Psychische klachten werden niet medisch geobjectiveerd en daarom niet in de Functionele Mogelijkhedenlijst opgenomen.
De arbeidsdeskundige concludeerde dat eiseres passend werk kon verrichten binnen haar beperkingen en dat zij meer dan 65% van haar maatmaninkomen kon verdienen. De rechtbank vond geen aanleiding om hieraan te twijfelen. Ook oordeelde de rechtbank dat eiseres niet voldeed aan de wachttijdvereiste voor een WIA-uitkering. Het beroep van eiseres werd ongegrond verklaard, en het UWV handhaafde de beëindiging van de ZW-uitkering en de weigering van de WIA-uitkering.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en het UWV heeft terecht de ZW-uitkering beëindigd en de WIA-uitkering geweigerd.