De tante verzocht de rechtbank om een omgangsregeling met haar neefje en nichtje vast te stellen, waarbij zij meerdere keren per week contact zou hebben. De moeder betwistte dat er sprake is van een nauwe persoonlijke betrekking tussen de tante en de minderjarigen, hetgeen een vereiste is volgens artikel 1:377a BW.
De rechtbank heeft de feiten onderzocht, waaronder de frequentie van contact, de rol van de tante in de verzorging en opvoeding, en de culturele achtergrond van partijen. Hoewel de tante regelmatig contact had, zorgde en financieel ondersteunde, was dit volgens de rechtbank niet meer dan gebruikelijke familiecontacten. De tante heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij een bijzondere, nauwe persoonlijke betrekking heeft met de kinderen.
Daarom verklaarde de rechtbank de tante niet ontvankelijk in haar verzoek en wees het verzoek af. De minderjarigen zijn gehoord en de rechtbank stuurde een brief aan een van hen met uitleg over de beslissing. De proceskosten worden door partijen zelf gedragen.