In deze zaak vordert Trivestor Beleggingen B.V. betaling van een huurachterstand en ontbinding van de huurovereenkomst met [gedaagde], die een woning huurde tot april 2025. De huurachterstand betreft de periode oktober 2024 tot en met april 2025. Trivestor is sinds februari 2025 eigenaar en heeft de vordering van de vorige verhuurder overgenomen via cessie.
De kantonrechter oordeelt dat het huurprijswijzigingsbeding in de huurovereenkomst oneerlijk is, omdat het de verhuurder eenzijdig het recht geeft om de huurprijs minimaal 4% te verhogen zonder maximum, waardoor de huurder onvoldoende bescherming geniet. Dit beding wordt vernietigd, waardoor de kale huurprijs van €1.445,53 geldt. De huurachterstand wordt op basis hiervan herberekend tot €7.657,48.
De kantonrechter wijst de ontbinding en ontruiming af, omdat de woning reeds is opgeleverd en de huurovereenkomst daarmee met wederzijds goedvinden is beëindigd. Verder wordt de gedaagde veroordeeld tot betaling van de huurachterstand, wettelijke rente, incassokosten van €340,37 en proceskosten van €1.153,71. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.