Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2025:10470

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
26 augustus 2025
Publicatiedatum
29 augustus 2025
Zaaknummer
C/10/696465 / FA RK 25-2210
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vaststelling zorgregeling tussen ouders voor minderjarige met huidige regeling

De vrouw verzocht de rechtbank om de zorgregeling tussen haar en de man voor hun minderjarige kind vast te stellen. Tijdens de mondelinge behandeling gaf de man aan de voorkeur te geven aan een co-ouderschapsregeling, maar hij beschikt nog niet over eigen woonruimte om dit mogelijk te maken.

De rechtbank constateerde dat de huidige zorgregeling, waarbij de minderjarige om de veertien dagen een weekend bij de man verblijft, al geruime tijd wordt uitgevoerd. De vrouw wilde deze regeling enkel voor de duidelijkheid laten vastleggen. De man had eerder met deze regeling ingestemd, maar gaf aan dit destijds alleen te hebben gedaan omdat de vrouw de regeling toen niet altijd naleefde.

De rechtbank oordeelde dat het voorstel van de man om co-ouderschap te realiseren in de woning van de grootmoeder van vaderszijde niet in het belang van het kind is, mede omdat eerdere pogingen daartoe niet succesvol waren. De rechtbank achtte daarom voortzetting van de huidige zorgregeling het meest passend.

De beschikking legt de zorgregeling vast met specifieke afspraken over weekenden, vakanties en feestdagen. De rechtbank verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad en bepaalde dat elke partij zijn eigen proceskosten draagt. Het vonnis werd uitgesproken op 26 augustus 2025 door kinderrechter H.C.A. de Groot.

Uitkomst: De rechtbank stelt de bestaande zorgregeling vast waarbij de minderjarige om de veertien dagen een weekend bij de vader verblijft en vakanties en feestdagen worden verdeeld.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team familie
Zaaknummer / rekestnummer: C/10/696465 / FA RK 25-2210
Beschikking van 26 augustus 2025 over de regeling van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken (hierna: de zorgregeling)
in de zaak van:
[de vrouw], hierna: de vrouw,
wonende te [plaats 1] ,
advocaat mr. M. Metin te Arnhem,
t e g e n
[de man], hierna: de man,
wonende te [plaats 2] .

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift met bijlagen van de vrouw, ingekomen op 19 maart 2025.
1.2.
De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op 19 augustus 2025. Daarbij zijn verschenen:
  • de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;
  • de man;
  • de raad voor de kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht (hierna: de raad), als adviseur, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger] .

2.De vaststaande feiten

2.1.
Partijen zijn de ouders van de minderjarige:
[minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2023 te [geboorteplaats] .
2.2.
Het ouderlijk gezag over de minderjarige wordt door de ouders gezamenlijk uitgeoefend.

3.De beoordeling

3.1.
Zorgregeling
3.1.1.
De vrouw verzoekt een zorgregeling vast te stellen, waarbij de minderjarige eenmaal per veertien dagen een weekend (even weken) bij de man is, van vrijdag 17.30 uur tot zondag 17.30 uur, waartoe de man de minderjarige haalt en brengt. Daarnaast verzoekt de vrouw vaststelling van een feestdagen- vakantieregeling als volgt:
Feestdagen:
  • eerste kerstdag: even jaren bij vrouw, oneven bij man;
  • tweede kerstdag: oneven jaren bij vrouw en even jaren bij man;
  • Oud- en nieuw: even jaren bij de vrouw en oneven jaren bij man;
  • Pasen: oneven jaren bij vrouw en even jaren bij man.
Vakanties:
- Zodra de minderjarige naar de basisschool gaat zullen de vakanties bij helfte
worden verdeeld. De eerste helft van de vakanties zal de minderjarige bij de vrouw
zijn en de tweede helft bij de man.
3.1.2.
De man voert gemotiveerd verweer.
3.1.3.
Op grond van artikel 1:253a BW kan de rechtbank op verzoek van de gezaghebbende ouders of een van hen een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken vaststellen.
3.1.4.
Tijdens de mondelinge behandeling blijkt onbetwist dat de zorgregeling, zoals de vrouw verzoekt, al geruime tijd tussen partijen wordt uitgevoerd. De rechtbank begrijpt uit hetgeen is besproken tijdens de mondelinge behandeling, dat de vrouw enkel voor de duidelijkheid wil dat de zorgregeling wordt vastgelegd in een beschikking. De man is hiermee eerder in een e-mail aan de vrouw van 6 april 2024 mee akkoord gegaan. De man zegt nu tijdens de mondelinge behandeling dat hij destijds alleen akkoord is gegaan met de door de vrouw voorgesteld zorgregeling, omdat de zorgregeling in die tijd niet altijd werd nagekomen door de vrouw. De rechtbank begrijpt dat de man liever met de vrouw een co-ouderschap zou willen uitvoeren over de minderjarige, maar vast staat dat de man hiervoor niet over geschikte woonruimte beschikt. Zijn voorstel om een co-ouderschap uit te voeren in de woning van oma vaderszijde acht de rechtbank niet in het belang van de minderjarige, omdat de vrouw onbetwist heeft gesteld dat een eerdere poging hiertoe niet goed is gegaan, omdat dit te zwaar is voor oma vaderszijde. Evenals de raad acht de rechtbank daarom een voortzetting van de huidige zorgregeling in het belang van de minderjarige. Het verzoek van de vrouw wordt daarom toegewezen.
De rechtbank gaat ervan uit dat de vrouw, zoals zij heeft verklaard, in overleg zal gaan met de man over een uitbreiding van de zorgregeling op het moment dat de man wel beschikt over een geschikte woonruimte.
3.2.
Proceskosten
3.2.1.
Gelet op de aard van de procedure bepaalt de rechtbank dat elk van de partijen de eigen kosten draagt.

4.De beslissing

De rechtbank:
4.1.
stelt vast dat de minderjarige in het kader van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken bij de man zal zijn als volgt:
- eenmaal per veertien dagen een weekend (in de even weken), van vrijdag 17.30 uur tot zondag 17.30 uur, waartoe de man de minderjarige haalt en brengt.
Gedurende de feestdagen:
  • eerste kerstdag: even jaren bij vrouw, oneven bij man;
  • tweede kerstdag: oneven jaren bij vrouw en even jaren bij man;
  • Oud- en nieuw: even jaren bij de vrouw en oneven jaren bij man;
  • Pasen: oneven jaren bij vrouw en even jaren bij man;
Gedurende de vakanties:
- Zodra de minderjarige naar de basisschool gaat zullen de vakanties bij helfte
worden verdeeld. De eerste helft van de vakanties zal de minderjarige bij de vrouw
zijn en de tweede helft bij de man.
4.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
4.3.
compenseert de proceskosten aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Deze beschikking is gegeven door mr. H.C.A. de Groot, (kinder)rechter, en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van M. Wijk, griffier, op 26 augustus 2025.
Tegen deze beschikking kan – voor zover er definitief is beslist – hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Den Haag. Het hoger beroep kan slechts worden ingesteld door een advocaat.
Door verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden moet het hoger beroep worden ingesteld binnen drie maanden na de dag van de beschikking. Voor andere belanghebbenden geldt voor het instellen van hoger beroep een termijn van drie maanden na de betekening van de beschikking of nadat de beschikking hun op andere manier bekend is geworden.