De rechtbank Rotterdam behandelde een verzoek tot vaststelling van kinderalimentatie voor een minderjarige geboren in 2015 en woonachtig op de Filipijnen. De vrouw, moeder en onderhoudsgerechtigde, vroeg een bijdrage van €231 per maand, terwijl de man, onderhoudsplichtige en vader, een DNA-onderzoek wilde laten gelasten voor herziening van het vaderschap, maar dit verzoek werd afgewezen.
De rechtbank oordeelde dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft, maar Filipijns recht van toepassing is op de onderhoudsverplichting. De behoefte van de minderjarige werd vastgesteld met een correctie op de Nederlandse Tremanormen vanwege de lagere kosten van levensonderhoud op de Filipijnen, resulterend in een behoefte van €100 per maand. De draagkracht van de man werd vastgesteld op €25 per maand gezien zijn inkomen op bijstandsniveau, terwijl de vrouw geen draagkracht heeft.
De rechtbank bepaalde dat de man vanaf 11 juni 2024 maandelijks €25 aan kinderalimentatie betaalt. De proceskosten worden door partijen zelf gedragen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en er staat hoger beroep open bij het gerechtshof Den Haag.