Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 6 december 2024, met bijlagen;
- het antwoord;
Rechtbank Rotterdam
De zaak betreft een vordering van Stichting Havensteder tegen een huurder wegens een huurachterstand en ontbinding van de huurovereenkomst. De huurder betwistte de hoogte van de achterstand en verwees naar persoonlijke omstandigheden en co-ouderschap, maar erkende een stabiel inkomen en hulp bij zijn financiële situatie.
De kantonrechter stelde vast dat de huurachterstand tot en met juni 2025 € 4.287,29 bedraagt en veroordeelde de huurder tot betaling van dit bedrag. De ontbinding van de huurovereenkomst werd gerechtvaardigd vanwege de ernstige betalingsachterstand van ruim acht maanden, waarbij persoonlijke omstandigheden niet tot vrijstelling leiden.
Hoewel de aanwezigheid van minderjarige kinderen een ruimere ontruimingstermijn rechtvaardigt, werd geen terme de grâce toegekend omdat de huurder onvoldoende aannemelijk maakte dat de achterstand spoedig kan worden ingelopen. De huurder moet de woning binnen twee maanden na betekening ontruimen en een gebruiksvergoeding betalen.
De kantonrechter wees de vordering tot incassokosten en rente af vanwege een oneerlijk boetebeding in de algemene voorwaarden van Havensteder. De proceskosten werden aan de huurder opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden wegens huurachterstand, de huurder moet betalen en de woning binnen twee maanden ontruimen.