De zaak betreft een geschil tussen Stichting Hef Wonen en een huurster over de ontbinding van een huurovereenkomst na een explosie bij het gehuurde. De burgemeester sloot de woning op grond van artikel 174a Gemeentewet. Hef Wonen ontbond de huurovereenkomst buitengerechtelijk en vorderde ontruiming en schadevergoeding.
De rechtbank oordeelt dat Hef Wonen niet in redelijkheid gebruik heeft gemaakt van haar bevoegdheid tot ontbinding. Er is geen verwijtbaarheid aan de zijde van de huurster of haar kinderen vastgesteld, noch is er een verband tussen politieregistraties en de explosie. De explosie lijkt een eenmalige actie, zonder aanwijzingen voor herhaling of onrust bij omwonenden.
Ook is geen tekortkoming in de nakoming van de huurovereenkomst vastgesteld. De huurster hoefde geen melding te maken van autobranden die niet direct bij het gehuurde plaatsvonden. De gevorderde schadevergoeding wordt afgewezen omdat de schade niet aan de huurster kan worden toegerekend.
De proceskosten worden aan Hef Wonen opgelegd. Het vonnis is gewezen door kantonrechter I.W.M. Laurijssens en op 15 augustus 2025 uitgesproken.