Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.CZ Zorgverzekeringen N.V.,
1.De procedure
- de dagvaarding van 29 januari 2025, met bijlagen;
- het antwoord, met bijlagen;
- de repliek, met bijlagen;
- de dupliek, met bijlagen;
- de akte van CZ van 7 augustus 2025.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
De zaak betreft een vordering van CZ Zorgverzekeringen tegen de gedaagde tot betaling van het eigen risico over 2024, ter hoogte van €140,09. De gedaagde betwist de vordering omdat het eigen risico betrekking zou hebben op stomazakken, terwijl hij alleen katheterzakken gebruikt. CZ stelt dat door een systeemfout op het declaratieoverzicht onterecht 'stomahulpmiddelen' is vermeld, maar dat het eigen risico betrekking heeft op katheterhulpmiddelen die de gedaagde daadwerkelijk heeft besteld en ontvangen.
De rechtbank oordeelt dat de gedaagde zich heeft verbonden tot betaling van het eigen risico en dat CZ de kosten van de medische hulpmiddelen heeft vergoed. De discussie over de juiste levering van hulpmiddelen is een kwestie tussen de gedaagde en de leverancier Mediq, waarbij CZ geen partij is. De gedaagde dient het eigen risico, inclusief het deel voor farmaceutische hulp, te voldoen.
Daarnaast worden de buitengerechtelijke incassokosten van €40,00 en de wettelijke rente toegewezen. De reeds betaalde €8,09 wordt verrekend met de incassokosten. De totale veroordeling bedraagt €178,18 plus rente vanaf 29 januari 2025. De proceskosten van €381,14 komen voor rekening van de gedaagde. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van het eigen risico van €140,09, incassokosten, rente en proceskosten aan CZ Zorgverzekeringen.