Een werknemer werkt sinds oktober 2022 bij een werkgever en meldt zich ziek in juli 2024. De werkgever onderneemt geen re-integratie-inspanningen ondanks adviezen van de bedrijfsarts en een negatief deskundigenoordeel van het UWV. De werknemer verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst met toekenning van transitievergoeding, billijke vergoeding en een bonus.
De werkgever verschijnt niet in de procedure en voert geen verweer. De kantonrechter oordeelt dat de arbeidsovereenkomst ontbonden moet worden per 1 september 2025 vanwege het ernstig verwijtbaar nalaten van de werkgever. De transitievergoeding wordt vastgesteld op € 3.591,-, de billijke vergoeding op € 25.000,- en de bonus op € 3.888,-.
Daarnaast verklaart de kantonrechter dat de werkgever geen beroep kan doen op het concurrentiebeding, omdat dit niet schriftelijk gemotiveerd is en daarom nietig is. De proceskosten worden aan de werkgever opgelegd. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.