Uitspraak
1.Procesverloop
De advocaten van beide partijen hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
7 maart 2025.
Hoge Raad
De werknemer was sinds 1992 in dienst van Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR). Vanaf eind 2018 ontstonden problemen in de arbeidsrelatie die leidden tot een procedure over ontbinding wegens een ernstig verstoorde arbeidsverhouding.
De kantonrechter wees het ontbindingsverzoek van EUR af, maar het hof vernietigde dit en bepaalde dat de arbeidsovereenkomst eindigt per 1 oktober 2023. Tevens veroordeelde het hof EUR tot betaling van een transitievergoeding van €33.571,83 bruto en een billijke vergoeding van €40.000 bruto.
De werknemer stelde cassatieberoep in tegen het oordeel over de verstoorde arbeidsverhouding en de hoogte van de transitievergoeding. De Hoge Raad oordeelde dat het oordeel over de verstoorde arbeidsverhouding niet in cassatie wordt getoetst. Wel was het hof tekortgeschoten door de transitievergoeding niet ambtshalve te berekenen met inachtneming van de juiste einddatum van de arbeidsovereenkomst.
Echter, partijen hadden na het instellen van cassatie overeenstemming bereikt over het aanvullende bedrag en EUR had dit betaald, waardoor het beroep niet-ontvankelijk werd verklaard. De Hoge Raad veroordeelde EUR tot betaling van de proceskosten in cassatie.
Uitkomst: Hoge Raad verwerpt cassatieberoep werknemer en veroordeelt EUR in proceskosten.