Eiser heeft een aanvraag ingediend voor ontheffing van zijn inburgeringsplicht op medische en psychische gronden. Na onderzoek door een verzekeringsarts van Argonaut concludeerde deze dat eiser beperkingen ondervindt door psychische klachten, maar dat hij binnen vijf jaar in staat wordt geacht het inburgeringsexamen te behalen. De staatssecretaris wees de aanvraag af en handhaafde dit besluit na bezwaar, maar kende wel een verlenging van zes maanden toe vanwege de lange wachttijd.
De rechtbank toetste de afwijzing aan het toetsingskader van de Wet inburgering en het protocol voor deskundigenadviezen. De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris zorgvuldig heeft gehandeld, de hoorplicht niet heeft geschonden en het medisch advies terecht aan het besluit ten grondslag heeft gelegd. De brief van het Leger des Heils bood onvoldoende aanleiding om het advies te betwijfelen.
Eiser stelde dat maatwerk toegepast had moeten worden, maar de rechtbank wees dit af omdat de aanvraag om ontheffing niet aan de wettelijke criteria voldeed. Eiser kan wel een verzoek tot verlenging indienen waarbij persoonlijke omstandigheden worden meegewogen. Het beroep is ongegrond verklaard, en eiser krijgt geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug.