ECLI:NL:RBROT:2025:11098
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Minderjarige niet-ontvankelijk in verzoek tot teruggeven gezag en wijziging hoofdverblijfplaats
De minderjarige heeft via de informele rechtsingang een verzoek ingediend om het ouderlijk gezag aan haar moeder terug te geven en haar hoofdverblijfplaats te wijzigen naar een andere, nog nader te bepalen plek. De rechtbank heeft gesprekken gevoerd met de minderjarige, de gecertificeerde instelling (GI), de bijzondere curator, de moeder en de Raad voor de Kinderbescherming om inzicht te krijgen in de situatie.
De GI en bijzondere curator geven aan dat het door de minderjarige voorgestelde gezinshuis in Rilland niet passend is, mede vanwege eerdere negatieve ervaringen en afstand tot familie. Er wordt gewerkt aan een behandeltraject en een nieuwe jeugdbeschermer om de minderjarige te ondersteunen bij een passende woonplek en zelfstandigheid.
De moeder bevestigt dat de minderjarige sinds drie maanden bij haar verblijft en dat het goed gaat, maar benadrukt het belang van het gezag om praktische zaken zoals schoolinschrijving te regelen. De Raad benadrukt het belang van ondersteuning voor de minderjarige bij het maken van keuzes.
De rechtbank erkent de moeilijke situatie van de minderjarige en prijst haar moed om haar wensen kenbaar te maken. Echter, op grond van de wet kan de rechtbank niet ingaan op haar verzoek tot teruggeven van het gezag en wijziging van de hoofdverblijfplaats, omdat deze bevoegdheden niet aan haar zijn toegekend. Daarom wordt zij niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek.
De rechtbank benadrukt dat er inspanningen worden geleverd om de situatie van de minderjarige te verbeteren en wenst haar alle goeds toe.
Uitkomst: De minderjarige wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot teruggeven van het gezag en wijziging van de hoofdverblijfplaats.