ECLI:NL:RBROT:2025:11309
Rechtbank Rotterdam
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor verhuis-, inrichtings- en stofferingskosten bevestigd
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft eiser beroep ingesteld tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam om zijn aanvragen voor bijzondere bijstand af te wijzen. De aanvragen betroffen de eerste maand huur, verhuis-, inrichtings- en stofferingskosten.
De rechtbank oordeelt dat de afwijzing van de bijzondere bijstand voor de eerste maand huur terecht is, omdat eiser de eerste huurnota al had voldaan vóór de aanvraagdatum, waardoor niet werd voldaan aan de voorwaarde dat de kosten zich op het moment van aanvraag moeten voordoen. Voor de overige kosten is niet gebleken dat deze voortvloeien uit bijzondere omstandigheden; eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij niet voor deze kosten had kunnen reserveren.
De rechtbank ziet geen schending van het zorgvuldigheids- of motiveringsbeginsel en wijst het beroep ongegrond toe. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd mondeling gedaan op 11 september 2025 door rechter S. Veling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van bijzondere bijstand voor verhuis-, inrichtings- en stofferingskosten wordt ongegrond verklaard.