In deze arbeidsrechtelijke kort geding procedure eist werkneemster dat werkgever wordt veroordeeld tot het toekennen van ouderschapsverlof op vrijdag vanaf 3 oktober 2025 tot 1 juni 2026 en vakantiedagen aansluitend op haar bevallingsverlof tot 1 oktober 2025. Werkgever had deze verzoeken afgewezen.
De kantonrechter oordeelt dat werkneemster een spoedeisend belang heeft omdat haar bevallingsverlof op 17 september 2025 eindigt en zij niet akkoord gaat met de afwijzing van haar verlofverzoeken. De afwijzing van het vakantieverlof was niet tijdig gemotiveerd, waardoor het verlof wordt vastgesteld conform de wensen van werkneemster.
Ten aanzien van het ouderschapsverlof geldt dat werkgever alleen op grond van een zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang het verzoek mag weigeren. De beperkte organisatorische gevolgen van het verlof op vrijdag wegen niet zwaar genoeg om het recht van werkneemster te beperken. De eis wordt daarom toegewezen tot 1 juni 2026, omdat vanaf die datum opvang beschikbaar is.
Daarnaast worden buitengerechtelijke incassokosten van €462,50 en proceskosten van €913,45 aan werkneemster toegewezen. De uitspraak is uitvoerbaar bij voorraad, zodat deze direct kan worden uitgevoerd.