De kinderrechter van de Rechtbank Rotterdam behandelde op 4 september 2025 het verzoek van Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (GI) om gedeeltelijke gezagsuitoefening over een minderjarige toe te kennen. De GI vroeg om het gezag te verkrijgen voor de aanmelding bij een onderwijsinstelling en voor het geven van toestemming voor medische behandelingen, vanwege het langdurige gebrek aan contact en medewerking van de ouders.
De ouders waren niet verschenen tijdens de zitting en hadden geen contact met de GI of de minderjarige. Dit belemmerde noodzakelijke beslissingen zoals inschrijving bij de Horeca Vakschool en medische behandelingen bij het Ikazia ziekenhuis en Yulius. De minderjarige had zelf aangegeven het belangrijk te vinden dat deze zaken geregeld worden.
De kinderrechter oordeelde dat het in het belang van de minderjarige was om de GI het gezag toe te kennen voor deze specifieke zaken, voor de duur van de machtiging tot uithuisplaatsing tot 19 mei 2026. Tevens werd een bijzondere curator benoemd, mr. W.R. Arema, om de minderjarige in rechte te vertegenwoordigen gezien de belangenstrijd met de ouders. De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.