ECLI:NL:RBROT:2025:11504
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuurlijke boete wegens overtreding Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag
Eiseres, een vennootschap onder firma die een snackbar exploiteerde, kreeg een bestuurlijke boete opgelegd wegens het niet tijdig verstrekken van loonadministratie aan toezichthouders, in strijd met artikel 18b, tweede lid, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (Wml).
Eiseres voerde meerdere beroepsgronden aan, waaronder het ontbreken van bevoegdheid van de verweerder, onrechtmatigheid van bewijsverklaringen van werknemers, de eis tot waarschuwing in plaats van boete, onjuiste kwalificatie als rechtspersoon, en verzoek tot matiging of kwijtschelding van de boete.
De rechtbank oordeelde dat verweerder bevoegd was de boete op te leggen, dat verklaringen van werknemers rechtmatig als bewijs konden worden gebruikt, dat de boete niet gehalveerd hoefde te worden omdat eiseres als vennootschap onder firma werd aangemerkt, en dat de boete niet onredelijk was gelet op de ernst van de overtreding en de omstandigheden, waaronder de coronaperiode.
Ook de vastgestelde betalingsregeling werd als redelijk beoordeeld. Het beroep werd ongegrond verklaard, waardoor de boete en betalingsregeling gehandhaafd blijven.
Uitkomst: Het beroep tegen de bestuurlijke boete van €64.125 en de betalingsregeling wordt ongegrond verklaard.