ECLI:NL:RVS:2024:4172
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- J.F. de Groot
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuurlijke boete wegens niet-naleving Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag
De staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legde aan een nagel- en beautysalon een bestuurlijke boete van €69.000 op wegens het niet tijdig en volledig verstrekken van loonbescheiden, zoals vereist in artikel 18b van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (Wml). Dit volgde op een werkplekcontrole waarbij discrepanties werden vastgesteld tussen handgeschreven urenoverzichten en overgelegde loonstrookjes voor elf werknemers.
De rechtbank verklaarde het beroep van de salon ongegrond en oordeelde dat toepassing van de Beleidsregel Wml passend was, ondanks verschillen met de lagere boetenormbedragen in de Wet arbeidsvoorwaarden gedetacheerde werknemers in de Europese Unie (WagwEU). In hoger beroep betoogde de salon dat de boete onevenredig hoog was en dat de Beleidsregel onvoldoende onderscheid maakt in verwijtbaarheid. Ook voerde zij aan dat de coronacrisis haar zwaar had getroffen, wat niet voldoende was meegewogen.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verwierp deze bezwaren. Het verschil in boetebeleid tussen Wml en WagwEU werd gerechtvaardigd geacht vanwege de verschillende doelstellingen en systematiek. De salon had onvoldoende financiële gegevens overgelegd om matiging te rechtvaardigen. De boete per werknemer werd als niet onredelijk beschouwd. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de boete van €69.000 wordt bevestigd.