Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam
Samenvatting
.Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Rechtbank Rotterdam
De rechtbank Rotterdam behandelde op 7 oktober 2024 de beroepen van vijf eisers tegen het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam, dat een omgevingsvergunning had verleend voor het realiseren van een dakopbouw zonder dakterras op een woning aan een adres in Rotterdam.
De aanvraag was ingediend vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet, waardoor de oude Wabo-regelgeving van toepassing bleef. Het bouwplan betrof een dakopbouw van circa 37,56 m2, die een vierde bouwlaag vormde op een woning met een entresol. Hoewel het bouwplan in strijd was met het bestemmingsplan vanwege het aantal bouwlagen, verleende het college een vergunning op grond van artikel 2.12 Wabo, mits de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening.
Eisers voerden aan dat de vergunning onrechtmatig was vanwege onvoldoende motivering, aantasting van uitzicht, privacy, bezonning, en precedentwerking. De rechtbank oordeelde dat het college de belangen zorgvuldig had afgewogen, het stedenbouwkundig advies had betrokken, en dat de nadelige gevolgen voor woon- en leefklimaat marginaal waren. Ook was de toepassing van de Verordening Architect aan zet juist, waardoor geen aparte bouwvergunning nodig was.
De rechtbank concludeerde dat het college zich in redelijkheid op het standpunt kon stellen dat het bouwplan niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening, dat de belangen van eisers voldoende waren meegewogen, en dat de beroepen ongegrond zijn. De omgevingsvergunning blijft daarmee in stand en de dakopbouw mag worden gerealiseerd.
Uitkomst: De beroepen tegen de omgevingsvergunning voor de dakopbouw zijn ongegrond verklaard en de vergunning blijft in stand.