Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van het impliciet primair ten laste gelegde (moord);
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 16 jaar met aftrek van voorarrest, alsmede terbeschikkingstelling van de verdachte met bevel tot verpleging van overheidswege (ongemaximeerd).
4.Waardering van het bewijs
- In voornoemde woning is de verdachte, nadat er naar zijn eigen zeggen bepaalde gedachten in hem opkwamen, spullen gaan aandoen. De spullen die hij aandoet, betreffen witte latex handschoenen, een donkere hoodie, een donkere broek en een zwarte bivakmuts. De verdachte bekijkt het resultaat in de spiegel om te bezien hoe het staat en of het er eng genoeg uitziet. Vervolgens stopt hij de spullen (de handschoenen en bivakmuts) in een zwarte rugzak, loopt naar beneden en stopt in de keuken nog een (koks)mes in de rugzak. Hoewel hij twijfelt of hij thuis moet blijven, verlaat hij de woning met medeneming van deze spullen;
- Hoewel hij twijfelt waar hij naartoe zal gaan, stapt hij in de auto en rijdt hij naar het bos Ravense Hout. Een autorit waarmee circa negen minuten zijn gemoeid;
- Op de parkeerplaats bij dit bos aangekomen, twijfelt de verdachte of hij in een autoband zal steken en weer terug naar huis zal rijden. Dit doet hij niet;
- De verdachte verlaat de auto en loopt het bos in. Hij doet daarbij op enig moment de witte handschoenen aan;
- Hij twijfelt wanneer hij een oudere vrouw in het bos tegenkomt, waarbij de gedachten om iemand pijn te doen, aanwezig zijn, maar hij laat haar lopen;
- De verdachte loopt verder door het bos in, passeert een bankje, waarbij hij geen gevolg geeft aan de opgekomen gedachte om daar tot rust te komen;
- De verdachte, die doorloopt, ziet vervolgens in de verte het slachtoffer lopen, zet zijn bivakmuts op, pakt het mes en houdt het in zijn linkerhand vast;
- Vervolgens overbrugt hij de afstand van tien tot vijftien stappen tussen het slachtoffer, dat van hem afloopt, en hemzelf;
- Wanneer de afstand tussen de twee à drie stappen is en het slachtoffer zich naar hem toe omdraait, is hij al doende met een sprong in haar richting, als gevolg waarvan hij en het slachtoffer ten val komen, waarna de verdachte haar meerdere malen met het mes in zijn linkerhand steekt, overwegend in haar romp rechts.
- De verklaring van de verdachte dat hij voornoemde spullen in de woning niet had aangedaan met de gedachte om iemand om het leven te brengen;
- De omstandigheid dat het slachtoffer een willekeurig persoon betreft en, zoals de verdachte op de terechtzitting heeft verklaard, ook iemand anders had kunnen zijn.
of omstreeks30 mei 2024 te Hellevoetsluis, gemeente Voorne aan Zee,
, althans eenmaalmet een mes
, althans een scherp/puntig voorwerpin het bovenlichaam te steken.
5.Strafbaarheid feit
6.Strafbaarheid verdachte
state of the art. Hierin worden drie gradaties gehanteerd. De deskundige [naam 2] heeft naar aanleiding van een vraag van de rechtbank verklaard dat deze richtlijn niet is uitgegeven door het Nederlands Instituut van Psychologen en dat hij vijf gradaties hanteert wanneer hij rapporteert, dat hij dit in deze ook heeft gedaan en dat en waarom ook hij, uitgaande van vijf gradaties, daarbij is uitgekomen op de gradatie verminderd (en niet: sterk verminderd) toerekeningsvatbaar.
7.Motivering straf en maatregelen
13 januari 2025, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor enig strafbaar feit.
8.Vorderingen benadeelde partijen & schadevergoedingsmaatregel
€ 20.000,00 en affectieschade groot € 20.000,00. Tevens wordt een bedrag groot € 2.000,00 aan nader te onderbouwen schade gevorderd. De benadeelde partij vordert vergoeding van zijn niet-vergoede schade plus de wettelijke rente vanaf het ontstaan van de schade. Verzocht wordt om de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.
4 september 2024, 6 augustus 2024 en 6 september 2024) acht de officier van justitie de gevorderde schokschade toewijsbaar. De door de benadeelde partijen gevorderde toekomstige schade groot € 2.000,00 kan niet worden toegewezen, nu deze niet met bescheiden is onderbouwd. De benadeelde partijen dienen in dit deel van hun vorderingen niet-ontvankelijk te worden verklaard.
€ 20.000,00 aan schokschade betwist. Volgens de verdediging is de onderbouwing van deze schade van de huisartsen onvoldoende. Wat laatstgenoemden hebben opgeschreven, voldoet niet aan de vereisten van de Hoge Raad. De huisarts van de [benadeelde partij 2] komt niet verder dan een opsomming van klachten. Dat geldt ook voor de huisarts van de [benadeelde partij 3] en die van de [benadeelde partij 4]. Verzocht wordt de benadeelde partijen niet-ontvankelijk te verklaren. De gevorderde toekomstige schade groot € 2.000,00 dient eveneens niet-ontvankelijk te worden verklaard.
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Bijlagen
11.Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 10 (tien) jaar;
ter beschikking wordt gesteld;
van overheidswege wordt verpleegd;
€ 49.428,96 (zegge: negenenveertig-duizend, vierhonderdachtentwintig euro en zesennegentig eurocent), bestaande uit
€ 19.428,96 aan materiële schade en € 30.000,00 aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 30 mei 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van [benadeelde partij 1] te betalen
€ 49.428,96 (zegge: negenenveertig-duizend, vierhonderdachtentwintig euro en zesennegentig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 mei 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening; bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsom niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van
282 dagen; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;