ECLI:NL:RBROT:2025:11728
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen compensatie voor verrekening kinderopvangtoeslag in latere toeslagjaren
Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van de Dienst Toeslagen om geen compensatie toe te kennen voor de verrekening van kinderopvangtoeslag in 2013. De Dienst Toeslagen had voor de jaren 2005 en 2007 tot en met 2012 een forfaitaire compensatie toegekend en een tegemoetkoming opzet/grove schuld voor 2013, maar de compensatie kinderopvangtoeslag over 2013 afgewezen.
De rechtbank heeft beoordeeld of de Dienst Toeslagen terecht geen compensatie heeft toegekend voor 2013. Eiseres stelde dat bij de verrekening van de kinderopvangtoeslag in 2013 geen rekening was gehouden met de beslagvrije voet, wat haar in ernstige financiële problemen had gebracht. Zij beriep zich op de hardheidsclausule en meende recht te hebben op compensatie volgens artikel 2.1 van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht).
De rechtbank oordeelde dat het systeem en de wetsgeschiedenis van de Wht duidelijk maken dat het forfaitaire compensatiebedrag ook schade door verrekening van toeslagschulden in latere jaren omvat. Het enkele feit dat verrekening in een bepaald toeslagjaar plaatsvond, leidt niet tot recht op compensatie voor dat jaar. Indien meer schade is geleden, kan een aanvraag voor aanvullende compensatie worden ingediend, waarbij ook de rechtmatigheid van de verrekeningsregeling kan worden beoordeeld.
De beroepsgrond van eiseres slaagde niet, het beroep werd ongegrond verklaard. Het bestreden besluit bleef in stand, en eiseres kreeg geen vergoeding van griffierecht of proceskosten. De uitspraak werd gedaan op 16 september 2025 door rechter C.A. Hage.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en het besluit van de Dienst Toeslagen blijft in stand.