ECLI:NL:RBROT:2025:11852

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
2 oktober 2025
Publicatiedatum
13 oktober 2025
Zaaknummer
C/10/706497 / JE RK 25-1871
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging tot gesloten jeugdhulp voor minderjarige in Rotterdam

Op 2 oktober 2025 heeft de kinderrechter van de Rechtbank Rotterdam een beschikking gegeven in de zaak van een minderjarige, geboren in 2009, die onder toezicht staat van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond. De kinderrechter heeft een machtiging verleend voor gesloten jeugdhulp voor de duur van zes maanden, met ingang van 2 oktober 2025. De kinderrechter heeft vastgesteld dat de minderjarige, hierna te noemen [voornaam minderjarige], ernstige opgroei- en opvoedingsproblemen heeft die zijn ontwikkeling belemmeren. De moeder van [voornaam minderjarige] is belast met het ouderlijk gezag, maar heeft moeite om voldoende structuur en begeleiding te bieden. De minderjarige verblijft momenteel in een strafrechtelijk kader bij de Rijks Justitiële Jeugdinrichting De Hartelborgt en heeft eerder in verschillende zorginstellingen verbleven, waar hij problematisch gedrag vertoonde. De kinderrechter heeft de noodzaak van gesloten jeugdhulp onderbouwd met de verklaring van een gedragswetenschapper en de zorgen over de thuissituatie. De kinderrechter heeft ook rekening gehouden met de verzoeken van de moeder en de advocaat van de minderjarige om de duur van de machtiging te beperken, maar heeft besloten de machtiging voor zes maanden te verlenen, omdat dit noodzakelijk is voor de ontwikkeling van [voornaam minderjarige]. De beslissing is openbaar uitgesproken en er is een mogelijkheid tot hoger beroep.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/706497 / JE RK 25-1871
Datum uitspraak: 2 oktober 2025
Beschikking van de kinderrechter over een machtiging gesloten jeugdhulp
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
gevestigd te Rotterdam,
hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2009 in [geboorteplaats] , [land] ,
hierna te noemen [voornaam minderjarige] ,
advocaat mr. M.G. Hoogerwerf, kantoorhoudende in Dordrecht.
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[naam moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats] ,
advocaat mr. J.A. Smits, kantoorhoudende in Rotterdam.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 11 september 2025;
- de instemmende verklaring van de gedragswetenschapper [persoon A] MSc drs. van 18 september 2025.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 2 oktober 2025. Daarbij waren aanwezig:
- [voornaam minderjarige] en zijn advocaat;
- de moeder en haar advocaat;
- twee vertegenwoordigers van de GI, te weten [persoon B] en [persoon C] .
1.3.
Aangezien de moeder de Nederlandse taal niet of onvoldoende machtig is, maar wel de Spaanse taal, heeft de kinderrechter het verhoor doen plaatsvinden met bijstand van M.L. de Keijzer, tolk in de Spaanse taal.
De kinderrechter heeft vastgesteld dat de tolk is beëdigd overeenkomstig het bepaalde in artikel 12 van de Wet beëdigde tolken en vertalers.
1.4.
De kinderrechter heeft [voornaam minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [voornaam minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter, bijgestaan door zijn advocaat. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [voornaam minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2.De feiten

2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] .
2.2.
[voornaam minderjarige] verblijft in een strafrechtelijk kader bij de Rijks Justitiële Jeugdinrichting De Hartelborgt.
2.3.
Bij beschikking van 24 juli 2025 is de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] verlengd tot 16 augustus 2026, is een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verleend met ingang van 24 juli 2025 tot 24 januari 2026 en is de behandeling van het verzoek voor het overige pro forma aangehouden tot 1 december 2025.

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt een machtiging te verlenen om [voornaam minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van zes maanden.

4.De standpunten

4.1.
De GI heeft ter zitting het verzoek gehandhaafd en als volgt nader toegelicht.
Op 3 oktober 2025 kan [voornaam minderjarige] bij Schakenbosch worden geplaatst. Die dag zal de moeder [voornaam minderjarige] bij de Hartelborgt ophalen. [voornaam minderjarige] heeft structuur en duidelijkheid nodig, wat Schakenbosch hem zal bieden. Tijdens de plaatsing van [voornaam minderjarige] bij Schakenbosch zal het traject bij Fivoor worden voortgezet. Een periode van zes maanden is nodig om te onderzoeken of [voornaam minderjarige] terug naar huis kan. Door middel van het traject bij Fivoor en de inzet van hulpverlening bij de moeder thuis moeten de mogelijkheden van de moeder duidelijk worden. Schakenbosch kan ambulante hulp inzetten om in het kader van begeleid verlof zicht te krijgen op de thuissituatie. Het is belangrijk dat de moeder hulpverlening zal accepteren. Eerder is de moeder hulp mijdend geweest en heeft zij onvoldoende structuur en duidelijkheid aan [voornaam minderjarige] geboden. Als blijkt dat [voornaam minderjarige] niet meer naar huis kan, moet duidelijk worden welke plek in een open setting dan passend voor hem zal zijn.
4.2.
Namens de minderjarige [voornaam minderjarige] heeft zijn advocaat ter zitting verzocht om de duur van de machtiging gesloten jeugdhulp te beperken tot drie of vier maanden en het verzoek voor het overige aan te houden voor een tussentijds toetsmoment. Voor [voornaam minderjarige] is een periode van zes maanden binnen de gesloten jeugdhulp uitzichtloos.
4.3.
Namens de moeder heeft haar advocaat ter zitting het volgende aangegeven. De moeder wil het liefst dat de machtiging gesloten jeugdhulp voor een kortere periode wordt verleend. Dit moet volgens de advocaat wel een reële periode zijn. De moeder vindt het verdrietig dat de ingezette hulp niet echt heeft geholpen en dat het ultimum remedium van een uithuisplaatsing voor [voornaam minderjarige] gebruikt moet worden. De moeder gunt [voornaam minderjarige] het beste. Daarom is een plaatsing van [voornaam minderjarige] binnen de gesloten jeugdhulp nodig. De moeder wil ook aan zichzelf werken zodat zij de kracht zal krijgen om [voornaam minderjarige] te gaan begeleiden. Volgens de advocaat kan de GI op termijn ook gebruik maken van een voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp.

5.De beoordeling

5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van [voornaam minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren. Deze problemen maken dat het verblijf in een gesloten accommodatie noodzakelijk en geschikt is om te voorkomen dat [voornaam minderjarige] zich onttrekt aan de jeugdhulp die hij nodig heeft of daaraan door anderen wordt onttrokken. Het is niet gebleken dat er minder ingrijpende mogelijkheden zijn om deze problemen te behandelen. [1]
5.2.
Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting is gebleken dat [voornaam minderjarige] in een zorgelijke opvoedsituatie bij de moeder is opgegroeid. De moeder voelt zich onmachtig en ervaart psychische klachten. Daardoor is zij onvoldoende beschikbaar voor [voornaam minderjarige] en heeft zij moeite om hem voldoende structuur en begrenzing te bieden. [voornaam minderjarige] heeft moeite om voldoende zorg aan zijn hygiëne en gezondheid te besteden, heeft de koelkast geforceerd om alles op te eten, heeft met zijn vrienden overlast veroorzaakt in de flat waar hij en de moeder wonen, heeft boetes van het openbaar vervoer gekregen en is in aanraking met de politie gekomen. Dit alles heeft in de relatie tussen [voornaam minderjarige] en de moeder spanning, conflicten en stress veroorzaakt.
5.3.
Vanwege de zorgen is [voornaam minderjarige] op 22 mei 2025 op een leefgroep van Innovazorg in Rotterdam geplaatst. [voornaam minderjarige] heeft daar brutaal gedrag naar de groepsleiding en intimiderend gedrag naar groepsgenoten laten zien, hun spullen gestolen en een deur vernield. Daarom is [voornaam minderjarige] binnen Innovazorg op een andere woongroep in Maassluis geplaatst, waar oudere jongens verblijven en meer structuur wordt geboden. Ook op deze plek heeft [voornaam minderjarige] zelfbepalend gedrag laten zien en is hij de afspraken niet nagekomen. Bij School2Care is [voornaam minderjarige] meermalen verschenen met drugs of onder invloed van drugs en heeft hij een mes op zak gehad. Daarom is de plek van [voornaam minderjarige] bij School2care beëindigd. De afspraken met Fivoor voor zijn behandeling is [voornaam minderjarige] ook niet nagekomen.
5.4.
Op 5 augustus 2025 is [voornaam minderjarige] door zijn jeugdreclasseerder negatief terug gemeld bij de officier van justitie, omdat [voornaam minderjarige] zich niet aan de door de rechter opgelegde voorwaarden heeft gehouden en veel kansen heeft gekregen. Daar komt bij dat de taakstraf van [voornaam minderjarige] door de Raad voor de Kinderbescherming negatief is terug gemeld, omdat hij niet meer is verschenen voor de uitvoering van zijn taakstraf. Op 6 augustus 2025 is [voornaam minderjarige] door de politie opgehaald. Op 7 augustus 2025 is [voornaam minderjarige] bij de rechter-commissaris voorgeleid, is de schorsing van de voorlopige hechtenis van [voornaam minderjarige] opgeheven en is hij in afwachting tot de zitting strafrechtelijk geplaatst bij de Hartelborgt.
5.5.
[voornaam minderjarige] heeft baat bij de structuur van de Hartelborgt. Daardoor gaat het met [voornaam minderjarige] beter. Zo doucht [voornaam minderjarige] dagelijks, eet hij gezonder, is zijn medicatie onder controle, volgt hij onderwijs en is hij beter in contact met de groepsleiding en de groepsgenoten.
Op 1 september 2025 heeft de meervoudige jeugdkamer een gedeeltelijke tenuitvoerlegging van een eerdere opgelegde straf uitgesproken, waardoor [voornaam minderjarige] op 3 oktober 2025 vrij zal komen. Tijdens de zitting is gebleken dat [voornaam minderjarige] op diezelfde dag bij Schakenbosch binnen de gesloten jeugdhulp kan worden geplaatst.
5.6.
Op grond van het voorgaande machtigt de kinderrechter de GI om [voornaam minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp. Daarbij houdt de kinderrechter ook rekening met de verklaring van de gedragswetenschapper [persoon A] , MSc. drs., van
18 september 2025, die heeft ingestemd met het verzoek van de GI. Er is ook geen verweer gevoerd tegen het verzoek van de GI. Wel is namens [voornaam minderjarige] en zijn moeder verzocht om de machtiging gesloten jeugdhulp in duur te beperken.
5.7.
Naar aanleiding van het onderzoek in januari 2025 heeft het NIFP (Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie) geadviseerd om voor [voornaam minderjarige] behandeling in te zetten gericht op het behandelen van de normoverschrijdende gedragsstoornis. [voornaam minderjarige] moet leren om gezag te accepteren en zich aan regels te houden. Daarbij is het bevorderen van het inlevingsvermogen en de gewetensontwikkeling van [voornaam minderjarige] van belang. Ook is het van groot belang dat de moeder hulpverlening zal accepteren om [voornaam minderjarige] te kunnen bieden wat hij van haar nodig heeft. In het kader van de opbouw van verlofmomenten van [voornaam minderjarige] bij Schakenbosch zal er ook zicht moeten ontstaan op de thuissituatie bij de moeder. Dit alles heeft tijd nodig. Gelet daarop ziet de kinderrechter geen aanleiding om de duur van de machtiging te beperken. De kinderrechter zal dan ook de machtiging gesloten jeugdhulp verlenen voor de door de GI verzochte periode van zes maanden.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verleent een machtiging om [voornaam minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 2 oktober 2025 tot 2 april 2026.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 2 oktober 2025 door
mr. G.M. Paling, kinderrechter, in aanwezigheid van D. van der Aa als griffier, en op schrift gesteld op 10 oktober 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet (Jw).