Verzoeker diende een verzoek in tot opheffing van zijn faillissement van 27 juni 2023 en gelijktijdige toepassing van de schuldsaneringsregeling (WSNP). Tijdens de zitting verklaarde verzoeker dat hij destijds geen actie ondernam vanwege schaamte en persoonlijke omstandigheden, waaronder een depressie en het ontbreken van een vaste woonplaats. De beschermingsbewindvoerder bevestigde dat het bewind goed verloopt en dat verzoeker meewerkt.
De rechtbank oordeelde dat verzoeker niet op eigen aangifte failliet was verklaard en dat geen verificatievergadering had plaatsgevonden. Gezien zijn persoonlijke situatie kon niet worden geoordeeld dat het niet indienen van een WSNP-verzoek aan hem toe te rekenen was. De curator adviseerde positief over de omzetting, gezien de inspanningen en medewerking van verzoeker.
De rechtbank wees het verzoek toe, stelde het salaris van de curator vast en benoemde een rechter-commissaris en bewindvoerder. De WSNP-termijn werd vastgesteld van 9 oktober 2025 tot 9 april 2027, zonder verkorting, omdat verzoeker dit niet had gevraagd en de administratie onvoldoende was om een verkorting te rechtvaardigen.