De rechtbank Rotterdam behandelde het verzoek van de bewindvoerder tot tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling van schuldenaar. De rechter-commissaris had ingestemd met dit verzoek, maar na behandeling van de zaak en het horen van partijen besloot de rechtbank het verzoek af te wijzen.
Centrale aanleiding voor het verzoek was de schenking door schuldenaar van zijn 3/4e aandeel in een woning in Polen aan zijn dochter, wat volgens de rechtbank nietig is ten opzichte van de boedel. Schuldenaar had het aandeel geschonken om erfbelasting te vermijden, maar de waarde was niet getaxeerd en de schenking kan volgens de Faillissementswet worden teruggedraaid.
De rechtbank stelde dat het aandeel in de woning nog tot de boedel behoort en dat de bewindvoerder bevoegd is het aandeel te beheren en te verkopen of dat schuldenaar de waarde aan de boedel kan afdragen. Gezien de situatie en afspraken met de werkgever over loonstroken, gaf de rechtbank schuldenaar een laatste kans om de regeling voort te zetten en alle verplichtingen na te komen.
De rechtbank concludeerde dat er geen aanleiding is voor tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling en wees het verzoek af. Schuldenaar moet de regeling voortzetten om een schone lei te kunnen verkrijgen.