ECLI:NL:RBROT:2025:12115
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Tussentijdse beëindiging van de wettelijke schuldsaneringsregeling wegens niet-nakoming verplichtingen
De rechtbank Rotterdam heeft op 15 september 2025 uitspraak gedaan over het verzoek tot tussentijdse beëindiging van de wettelijke schuldsaneringsregeling van schuldenares. De bewindvoerder had de rechter-commissaris verzocht de regeling voortijdig te beëindigen vanwege meerdere tekortkomingen van schuldenares.
Schuldenares voldeed niet aan haar verplichtingen uit de regeling. Zij heeft sinds maart 2025 niet aantoonbaar gesolliciteerd, verstrekte niet de gevraagde financiële informatie zoals inkomensgegevens en bankafschriften, werkte niet mee aan een huisbezoek en gaf geen verantwoording over besteding van een vrijgegeven bedrag. Tevens verklaarde zij meerdere malen geen gebruik meer te willen maken van de regeling en verscheen niet bij verhoren.
De rechtbank oordeelde dat schuldenares toerekenbaar tekort is geschoten en dat herstel van de tekortkomingen niet aannemelijk is. Daarom werd de schuldsaneringsregeling op grond van artikel 350 lid 3 sub c Faillissementswet Pro tussentijds beëindigd. Het salaris van de bewindvoerder werd vastgesteld op maximaal € 3.096,40. Er zijn geen baten om vorderingen te voldoen en er volgt geen faillissement van rechtswege.
Uitkomst: De rechtbank beëindigt de schuldsaneringsregeling wegens niet-nakoming van verplichtingen door schuldenares.