ECLI:NL:RBROT:2025:12206
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling zoon tot schadevergoeding wegens onrechtmatige opnames van moeder's bankrekening na dementie
Vader vordert vergoeding van €113.331,21 wegens onrechtmatige betalingen en opnames door zijn zoon van de bankrekening van moeder, die sinds 2020 dementie had. De zoon had sinds maart 2020 toegang tot de rekening en verrichtte betalingen zonder toestemming van vader en moeder.
De rechtbank oordeelt dat vóór 2020 onvoldoende aanwijzingen zijn dat moeder haar wil niet kon bepalen, zodat de betalingen toen geacht worden met instemming te zijn gedaan. Vanaf 2020 was er echter substantiële twijfel over haar wilsbekwaamheid, waardoor de zoon verplicht was zijn uitgaven te verantwoorden.
De zoon heeft onvoldoende onderbouwing gegeven voor zijn betalingen en vergoedingen. De rechtbank veroordeelt hem daarom tot vergoeding van €105.520,46, verminderd met verantwoorde uitgaven en wettelijke rente. Proceskosten worden gecompenseerd en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Zoon wordt veroordeeld tot betaling van €105.520,46 aan vader wegens onrechtmatige opnames van moeders bankrekening vanaf 2020.