In deze kort geding procedure vordert de verhuurder ontruiming van de woning vanwege een aanzienlijke huurachterstand van €26.092,28 tot en met september 2025. De huurder erkent de achterstand en heeft hulp gezocht, maar er is geen zicht op een spoedige oplossing. De kantonrechter oordeelt dat de huurachterstand zo hoog is dat de ontbinding van de huurovereenkomst in een bodemprocedure vrijwel zeker is.
De kantonrechter weegt het belang van de verhuurder om het gehuurde weer te kunnen gebruiken en huurinkomsten te ontvangen tegen de belangen van de huurder en haar minderjarige zoon met een autismediagnose. Om de gevolgen te verzachten is een ontruimingstermijn van dertig dagen afgesproken, zodat hulpverleners tijd hebben voor alternatieve opvang.
De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen omdat de aanmaningsbrief niet voldoet aan de wettelijke eisen. De huurder wordt veroordeeld tot betaling van de huurachterstand met wettelijke rente, de lopende huur vanaf 1 oktober 2025, en de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad, zodat de ontruiming direct kan worden uitgevoerd.