De burgemeester heeft op 29 augustus 2025 besloten de woning van verzoeker te sluiten voor drie maanden wegens een overtreding van de Opiumwet, nadat een grote hoeveelheid harddrugs en productiematerialen voor amfetamine in de woning waren aangetroffen. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening om in de woning te mogen blijven.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de burgemeester bevoegd was tot sluiting op grond van artikel 13b van de Opiumwet en dat sluiting noodzakelijk was gezien de omvang van de drugshandel en de aanwezigheid van productiemiddelen. Een minder ingrijpende maatregel was onvoldoende. Hoewel verzoeker kwetsbaar is en zorg nodig heeft, is niet gebleken dat hij medisch gebonden is aan deze specifieke woning of dat thuiszorg elders niet kan worden georganiseerd.
De rechter weegt de belangen af en concludeert dat de belangen van de burgemeester bij sluiting zwaarder wegen dan die van verzoeker bij voortgezet gebruik. De sluiting is niet onevenwichtig, ondanks de nadelige gevolgen voor verzoeker. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen, zodat de burgemeester de woning mag sluiten.