ECLI:NL:RBROT:2025:12321
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking toestemming beveiligingswerkzaamheden wegens ernstige verdenking drugshandel
Verzoeker had op 9 januari 2025 toestemming gekregen om beveiligingswerkzaamheden te verrichten, maar deze toestemming werd op 24 juli 2025 ingetrokken door de korpschef vanwege een ernstige verdenking van drugshandel op 25 april 2025.
De politie trof bij een controle gripzakjes met vermoedelijke crack en heroïne aan in de rugtas van verzoeker, samen met een navigatie ingesteld op een straat met bekende gebruikers. Verzoeker ontkende de verdenking en stelde dat het bericht in zijn telefoon over boodschappen ging, maar deze verklaring werd niet aannemelijk geacht.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de korpschef redelijkerwijs mocht aannemen dat verzoeker onvoldoende betrouwbaar is voor beveiligingswerkzaamheden. De intrekking van de toestemming is proportioneel en noodzakelijk gezien het maatschappelijke belang van betrouwbare beveiligers.
Verzoeker had spoedeisend belang, maar de voorlopige voorziening werd afgewezen omdat de verwachting bestond dat het besluit in bezwaar standhoudt. Hierdoor kan verzoeker niet langer als beveiliger werken en krijgt hij geen vergoeding van proceskosten of griffierecht terug.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter S.M. Goossens op 2 oktober 2025 en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen, waardoor verzoeker niet langer als beveiliger kan werken.