ECLI:NL:RBROT:2025:12323

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
21 oktober 2025
Publicatiedatum
21 oktober 2025
Zaaknummer
11852025 GZ VERZ 25-7203
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:441 BWArt. 1:449 BWRegeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing bewind wegens verkwisting en problematische schulden met financiële begeleiding

De kantonrechter van de Rechtbank Rotterdam heeft op 21 oktober 2025 een beschikking gegeven waarin bewind is ingesteld over de goederen van betrokkene. Dit is gebeurd op grond van verkwisting en het hebben van problematische schulden, waarbij uit de processtukken blijkt dat betrokkene nog niet in staat is haar vermogensrechtelijke belangen volledig waar te nemen.

Betrokkene heeft een akkoord bereikt met schuldeisers via een nulaanbod, onder de voorwaarde dat er minimaal 18 maanden goede financiële begeleiding beschikbaar blijft. De gemeente heeft verwezen naar bewindvoering als passende maatregel. Het bewind is ingesteld voor de duur van 24 maanden, met de mogelijkheid tot eerdere beëindiging indien betrokkene voldoende zelfredzaam wordt.

De kantonrechter heeft tevens de beloning van de bewindvoerder vastgesteld conform de geldende regeling, met een aanvangsvergoeding van €660 exclusief btw en een jaarbeloning volgens het basistarief. De beschikking wordt ingeschreven in het openbare centrale curatele- en bewindregister. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open bij het gerechtshof Den Haag, uitsluitend via een advocaat binnen drie maanden.

Uitkomst: Bewind wordt ingesteld voor 24 maanden wegens verkwisting en problematische schulden met financiële begeleiding.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 11852025 GZ VERZ 25-7203
uitspraak: 21 oktober 2025

beschikking van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,

inzake het verzoek van:

[betrokkene] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982,
wonende te [postcode 1] [plaats 1] , [adres] ,
hierna te noemen betrokkene,
tot instelling van een bewind over haar goederen.

Verloop van de procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
1. het verzoekschrift met bijlagen dat ter griffie is binnengekomen op 25 augustus 2025;
2. een bereidverklaring van de voorgestelde bewindvoerder;
3. aanvullende gegevens van de voorgestelde bewindvoerder ingekomen op 20 oktober 2025.
De kantonrechter ziet geen aanleiding om een zitting te gelasten en zal op grond van de stukken beslissen.

Beoordeling van het verzoek

Uit de processtukken is voldoende aannemelijk geworden dat betrokkene nog niet in staat is ten volle haar vermogensrechtelijke belangen behoorlijk waar te nemen. Er is sprake geweest van problematische schulden. De schuldeisers van betrokkene zijn akkoord gegaan met een nulaanbod met als voorwaarde dat er voor minimaal 18 maanden goede financiële begeleiding beschikbaar blijft. Betrokkene heeft ook voor de komende periode behoefte aan financiële stabiliteit en rust, na een periode van langdurige schuldenproblematiek. Als de rust is weergekeerd kan zij ook gaan kan werken aan financiële zelfredzaamheid. Daarvoor is dit bewind in de gegeven situatie noodzakelijk. Dit heeft betrokkene erkend en blijkt ook uit de verwijzing van de gemeente (schuldhulpverlening) naar de bewindvoerder.
De kantonrechter zal bewind instellen op grond van verkwisting of het hebben van problematische schulden
voor de duur van 24 maanden. Dat kan eerder worden beëindigd, als betrokkene voldoende zelfredzaam is. Op grond van artikel 1:449 lid 1 BW Pro eindigt het bewind door het verstrijken van de tijdsduur waarvoor het is ingesteld of door eerdere opheffing door de kantonrechter (artikel 1:449 lid 2 BW Pro). Desgewenst kunnen betrokkene en/of de bewindvoerder, uiterlijk twee maanden voor het einde van het bewind, een (met stukken) onderbouwd verzoek om verlenging van het bewind indienen (artikel 1:449 lid 3 BW Pro).
Uit de processtukken is opgemaakt dat betrokkene wel in staat is om de rekening en verantwoording te begrijpen en te beoordelen.
Uit de processtukken is opgemaakt dat betrokkene wel in staat is toestemming te geven als bedoeld in artikel 1:441 lid 2 van Pro het Burgerlijk Wetboek.
Tegen benoeming van de voorgestelde bewindvoerder zijn geen bezwaren gerezen.
De kantonrechter zal de beloning van de bewindvoerder voor de aanvangswerkzaamheden vaststellen overeenkomstig artikel 3 lid 5 sub a van Pro de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren, ten bedrage van € 660,00 ex btw.
Omdat er al sprake is van een geaccepteerd nulaanbod zal de kantonrechter de jaarbeloning van de bewindvoerder, inclusief onkostenvergoeding en exclusief omzetbelasting voor zover van toepassing, vaststellen overeenkomstig artikel 3 lid 2 sub a van Pro de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren (basistarief).

Beslissing

De kantonrechter:
stelt alle goederen die (zullen) toebehoren aan
[betrokkene]voornoemd onder bewind wegens verkwisting of het hebben van problematische schulden voor de duur van 24 maanden, uiterlijk tot
23 oktober 2027, waarna het bewind zal zijn opgeheven;
benoemt tot bewindvoerder:
[naam bewindvoerder] h.o.d.n. [handelsnaam],
Postbus 132, [postcode 2] [plaats 2] ;
stelt de beloning van de bewindvoerder voor de aanvangswerkzaamheden vast overeenkomstig artikel 3 lid 5 sub a van Pro de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren, ten bedrage van € 660,00 ex btw;
stelt de jaarbeloning van de bewindvoerder vast overeenkomstig artikel 3 lid 2 sub a van Pro de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren;
bepaalt dat deze beschikking door de griffier wordt ingeschreven in het openbare centrale curatele- en bewindregister.
Deze beschikking is gegeven door mr. C.J. Frikkee, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting.
834
Verzonden op:
Tegen deze beschikking kan in hoger beroep worden gegaan bij het gerechtshof Den Haag. Dit kan alleen worden ingesteld door een advocaat. Verzoeker en degenen aan wie een kopie van de beschikking is verstrekt moeten hoger beroep instellen binnen drie maanden na de datum van de beschikking. Voor andere belanghebbenden moet dit binnen drie maanden nadat zij van de beschikking op de hoogte zijn geraakt.