ECLI:NL:RBROT:2025:12338
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet gegrond tegen kennelijk niet-ontvankelijk verklaring bezwaar tegen besluit Dienst Toeslagen
Opposante kwam in verzet tegen de uitspraak van 6 mei 2024 waarin haar bezwaar tegen een besluit van Dienst Toeslagen kennelijk niet-ontvankelijk werd verklaard omdat zij niet aannemelijk had gemaakt dat zij tijdig bezwaar had gemaakt.
In de verzetprocedure overwoog de rechtbank dat opposante wel aannemelijk had gemaakt dat het bezwaarschrift op 2 maart 2023 was verzonden, onder meer op basis van een afschrift van de verzendadministratie met track & trace. Dit afschrift ontbrak echter in het oorspronkelijke dossier door een mogelijke fout bij de griffie, wat niet was onderzocht door de bestuursrechter. Daarom werd het verzet gegrond verklaard.
De rechtbank stelde vast dat Dienst Toeslagen de beslistermijn had overschreden en legde een bestuurlijke dwangsom van €1.442,- vast. Tevens werd bepaald dat Dienst Toeslagen binnen twee weken na verzending van het vonnis een besluit op bezwaar moet nemen. Voor elke dag overschrijding daarna geldt een dwangsom van €100,- met een maximum van €15.000,-.
Daarnaast werd Dienst Toeslagen veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van opposante, berekend op €1.133,75. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzet en beroep worden gegrond verklaard, dwangsommen vastgesteld en Dienst Toeslagen wordt veroordeeld tot het nemen van een besluit binnen twee weken en het betalen van griffierecht en proceskosten.