De Raad voor de Kinderbescherming verzoekt de ondertoezichtstelling van een minderjarige geboren in 2010, vanwege zorgen over zijn welzijn en ontwikkeling. Er is sprake van langdurig schoolverzuim op zowel de basisschool als de middelbare school, ondanks dat de huidige school extra aandacht besteedt aan zijn voetbalpassie. De minderjarige vertoont sterk zelfbepalend gedrag, waardoor de moeder onvoldoende in staat is haar gezag uit te oefenen en het gedrag te sturen.
Tijdens de zitting, gehouden op 10 september 2025 met gesloten deuren, zijn de moeder, een vertegenwoordiger van de Raad en een vertegenwoordiger van de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting aanwezig. De minderjarige is gehoord en zijn verhaal is besproken. De moeder erkent de problemen en is bereid hulpverlening te accepteren, maar vindt het lastig dat ook haar opvoedvaardigheden worden betrokken.
De kinderrechter concludeert dat de ontwikkeling van de minderjarige ernstig wordt bedreigd door het schoolverzuim en het gedrag. De betrokkenheid van de gecertificeerde instelling is noodzakelijk om samen met jeugdreclassering passende hulpverlening te bieden en de moeder te ondersteunen. De kinderrechter stelt de minderjarige onder toezicht voor twaalf maanden en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Tegen deze beslissing is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag.