ECLI:NL:RBROT:2025:12391

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
10 september 2025
Publicatiedatum
22 oktober 2025
Zaaknummer
C/10/705405 / JE RK 25-1727
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ondertoezichtstelling van minderjarige wegens instabiele thuissituatie en noodzakelijke hulpverlening

De Raad voor de Kinderbescherming verzocht om een ondertoezichtstelling van een minderjarige geboren in 2012, vanwege een langdurig instabiele thuissituatie gekenmerkt door verbale en fysieke agressie vanuit de moeder. De minderjarige voedt zichzelf grotendeels op en vertoont zelfstandig en zelfbepalend gedrag dat niet passend is bij haar leeftijd. Eerder was een voorlopige ondertoezichtstelling en een machtiging tot uithuisplaatsing verleend, maar de minderjarige woont inmiddels zonder toestemming weer bij de moeder.

Tijdens de zitting met gesloten deuren heeft de kinderrechter de minderjarige gehoord en zijn de standpunten van de Raad, de gecertificeerde instelling en de moeder besproken. De Raad en de gecertificeerde instelling benadrukken de noodzaak van verdere hulpverlening, waaronder ambulante hulp vanuit Jeugd En Gezin Ondersteuning, en het inzetten van een jongerencoach en gezinsinterventie. De moeder stemt in met de ondertoezichtstelling, hoewel zij een kortere duur prefereert.

De kinderrechter concludeert dat de ontwikkeling van de minderjarige ernstig wordt bedreigd door de thuissituatie en dat de hulpverlening tot nu toe is gestagneerd door de houding van de minderjarige. De ondertoezichtstelling wordt daarom voor de duur van een jaar opgelegd en de beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Tegen deze beslissing is hoger beroep mogelijk binnen drie maanden na de uitspraak.

Uitkomst: De kinderrechter stelt de minderjarige onder toezicht voor de duur van een jaar en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/705405 / JE RK 25-1727
Datum uitspraak: 10 september 2025
Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming, Rotterdam-Dordrecht,
hierna te noemen: de Raad, gevestigd te Rotterdam,
over
[minderjarige],
geboren op [geboortedatum] 2012 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[naam moeder],
hierna te noemen: de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. M.P. Kloppenburg, kantoorhoudende te Rotterdam,
de gecertificeerde instelling Stichting Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
hierna te noemen: de GI, gevestigd te Rotterdam.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen van de Raad van 20 augustus 2025, ontvangen op diezelfde datum.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 10 september 2025. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder met haar advocaat;
- een vertegenwoordiger van de Raad, [persoon A] ;
- een tweetal vertegenwoordigers van de GI, [persoon B] en [persoon C] .
1.3.
De kinderrechter heeft [voornaam minderjarige] naar haar mening gevraagd. [voornaam minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [voornaam minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2.De feiten

2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] .
2.2.
[voornaam minderjarige] woont bij haar moeder.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 12 juni 2025 [voornaam minderjarige] voorlopig onder toezicht gesteld tot 12 september 2025 en een (spoed)machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verleend tot 10 juli 2025. Het overig verzochte is aangehouden.
2.4.
Bij beschikking van 20 juni 2025 heeft de kinderrechter in deze rechtbank de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verlengd tot 12 september 2025.

3.Het verzoek

3.1.
De Raad verzoekt [voornaam minderjarige] onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
De Raad handhaaft het verzoek tijdens de mondelinge behandeling en licht het als volgt toe. [voornaam minderjarige] groeit al een lange tijd op in een instabiele thuissituatie, waar sprake is van verbale en fysieke agressie vanuit de moeder. [voornaam minderjarige] voedt zichzelf grotendeels op en is daarmee gewend om zelfstandig te zijn. Recentelijk is door een escalatie in de thuissituatie een voorlopige ondertoezichtstelling en (spoed)machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] uitgesproken. [voornaam minderjarige] woont inmiddels echter, zonder toestemming van de GI, weer bij de moeder. Daarbij bestaat tussen de moeder en [voornaam minderjarige] een sterke band, waardoor [voornaam minderjarige] ambivalente uitspraken doet richting hulpverleningsinstanties over wat er precies aan de hand is en niet open staat voor de inzet van hulpverlening. De betrokkenheid van de GI is de aankomende periode nog noodzakelijk, om te zorgen dat voor [voornaam minderjarige] daadwerkelijk positieve stappen kunnen worden gezet. Zij zit op de havo en het is belangrijk dat dit goed blijft gaan. Hiertoe is van belang dat daadwerkelijk hulpverlening wordt ingezet, dat een gezinsinterventie plaatsvindt en dat een jongerencoach betrokken raakt. [voornaam minderjarige] heeft talent voor en een grote interesse in dansen, wat eventueel kan worden gebruikt, bijvoorbeeld door een school te vinden waar hieraan meer aandacht wordt besteed. Een belerende strategie is, gezien de zelfstandigheid van [voornaam minderjarige] , niet meer passend. Een verdere machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] zal op dit moment ook niet helpend zijn.

4.De standpunten

4.1.
De GI brengt tijdens de mondelinge behandeling het volgende naar voren. De jeugdbeschermer is de afgelopen periode in het kader van de voorlopige ondertoezichtstelling en (spoed)machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] betrokken geweest. Het is niet gelukt om [voornaam minderjarige] op de open groep van Prokino te houden. Wel is regelmatig hulpverlening vanuit Prokino bij de moeder en [voornaam minderjarige] thuis geweest, maar zonder resultaat. [voornaam minderjarige] staat niet open voor een gesprek, omdat er volgens haar geen zorgen bestaan. De moeder staat wel open voor de inzet van hulpverlening. Zij begrijpt dat [voornaam minderjarige] door de jaren heen zeer zelfstandig en zelfbepalend is geworden, maar vindt het moeilijk om hiermee om te gaan. De betrokkenheid van de GI blijft de aankomende periode noodzakelijk, om alsnog te proberen passende hulpverlening in te zetten. Aankomende week staat een intake voor ambulante hulpverlening vanuit Jeugd En Gezin Ondersteuning (JGO) gepland. Deze hulpverlening zal meerdere keren per week bij de moeder en [voornaam minderjarige] thuiskomen, zodat hopelijk verdere stappen kunnen worden gezet. De GI betwijfelt of [voornaam minderjarige] op dit moment open staat voor de betrokkenheid van een jongerencoach.
4.2.
Door en namens de moeder wordt tijdens de mondelinge behandeling ingestemd met het verzoek van de Raad om [voornaam minderjarige] onder toezicht te stellen. De moeder maakt zich zorgen om het zelfstandige en zelfbepalende gedrag van [voornaam minderjarige] . De inzet van hulpverlening is hierdoor nog niet goed van de grond gekomen. Ook kan de schoolgang van [voornaam minderjarige] hierdoor worden beïnvloed. De betrokkenheid van de GI is de aankomende periode nog nodig, zodat daadwerkelijk positieve stappen kunnen worden gezet. Het is een goed idee om het talent en de interesse van [voornaam minderjarige] in dansen hierbij te gebruiken, bijvoorbeeld door een school te vinden waar hieraan meer aandacht wordt besteed. De moeder heeft liever dat de ondertoezichtstelling voor een kortere periode wordt verleend dan door de Raad is verzocht, maar zij begrijpt dat dit met de inzet van hulpverlening vanuit JGO misschien niet mogelijk is. Hopelijk kan een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] hiermee worden voorkomen.

5.De beoordeling

5.1.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat [voornaam minderjarige] nog steeds ernstig in haar ontwikkeling wordt bedreigd. [voornaam minderjarige] groeit al een lange tijd op in een instabiele thuissituatie, waardoor zij zeer zelfstandig en zelfbepalend gedrag heeft ontwikkeld. Zij draagt volwassen verantwoordelijkheden die niet passen bij haar leeftijd van 13 jaar. [voornaam minderjarige] wil graag de controle behouden en heeft daarom moeite met het accepteren van gezag en regels. De moeder geeft aan dat zij [voornaam minderjarige] niet aankan en ze stelt geen grenzen. De inzet van hulpverlening is nodig om de bestaande zorgen weg te nemen en te voorkomen dat de situatie verergert. Deze hulpverlening is tot op heden echter steeds gestagneerd, omdat [voornaam minderjarige] het lastig vindt zich hiervoor open te stellen en de bestaande zorgen ontkent. Ondanks de wil van de moeder om aan de inzet van hulpverlening mee te werken, is daarom de verdere betrokkenheid van de GI nodig. De GI kan de regie gaan voeren en ervoor zorgen dat daadwerkelijk stappen worden gezet. Aankomende week staat een intake voor ambulante hulpverlening vanuit JGO gepland. Het is van belang dat de moeder en [voornaam minderjarige] hieraan zullen meewerken.
5.2.
Gelet op het voorgaande is de kinderrechter van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan. [1] De kinderrechter zal [voornaam minderjarige] daarom onder toezicht stellen voor de duur van een jaar.
5.3.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
stelt [voornaam minderjarige] onder toezicht van de gecertificeerde instelling Stichting Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond met ingang van 10 september 2025 tot 10 september 2026;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 10 september 2025 door
mr. M.C. Woudstra, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. L.L.N. Snijder als griffier, en op schrift gesteld op 16 september 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:255 BW Pro.