Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 oktober 2025 in de zaak tussen
[eiseres] B.V., uit [plaats 1] , eiseres
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
Rechtbank Rotterdam
Eiseres B.V. maakte bezwaar tegen een voorlopige aanslag zuiveringsheffing 2024 opgelegd door de heffingsambtenaar, welke is gebaseerd op het aantal vervuilingseenheden van de definitieve aanslag van het voorgaande jaar. De rechtbank oordeelt dat de WOZ-waarde niet relevant is voor deze heffing en dat de WOZ-gerelateerde bezwaren van eiseres niet op deze zaak van toepassing zijn.
De rechtbank beoordeelde de specifieke bezwaren die tijdens de zitting werden ingebracht, waaronder de vraag naar de onderbouwing van het waterverbruik van 688 m3 in 2023. De heffingsambtenaar heeft toegelicht dat het waterverbruik is vastgesteld op basis van meterstanden van twee aansluitingen, wat voldoende is onderbouwd. Eiseres heeft dit niet gemotiveerd betwist.
De rechtbank concludeert dat er geen aanwijzingen zijn dat het watergebruik aanzienlijk is gewijzigd, waardoor de voorlopige aanslag terecht is gebaseerd op het voorgaande jaar. Het beroep wordt ongegrond verklaard, het verzoek om vergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt afgewezen en eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de voorlopige aanslag zuiveringsheffing wordt ongegrond verklaard en de aanslag blijft gehandhaafd.