ECLI:NL:HR:2011:BO7526
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- J.W.M. Tijnagel
- A.H.T. Heisterkamp
- M.W.C. Feteris
- R.J. Koopman
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt recht op kostenvergoeding bij onzorgvuldige voorlopige aanslag inkomstenbelasting
Aan belanghebbende is voor het jaar 2008 een voorlopige aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd, gebaseerd op gegevens uit 2007, waaronder een dividenduitkering van € 250.000. De Inspecteur heeft na bezwaar deze aanslag verminderd tot nihil, maar weigerde een kostenvergoeding toe te kennen. De rechtbank en het hof verklaarden het beroep van belanghebbende gegrond en kende de kostenvergoeding toe, omdat de Inspecteur niet de vereiste zorgvuldigheid had betracht bij het vaststellen van de voorlopige aanslag.
De Minister van Financiën stelde hiertegen beroep in cassatie in, stellende dat de Inspecteur bevoegd was de voorlopige aanslag te baseren op de meest recente gegevens. De Hoge Raad overwoog dat de Inspecteur niet mag volstaan met gegevens van het meest recente kalenderjaar indien uit andere beschikbare informatie blijkt dat deze gegevens niet bepalend zijn voor het definitieve aanslagbedrag.
De Hoge Raad bevestigde dat de Inspecteur in dit geval onzorgvuldig heeft gehandeld door geen rekening te houden met eerdere jaren waarin geen dividend werd uitgekeerd, waardoor de voorlopige aanslag te hoog was. Dit leidt tot een aan de Inspecteur te wijten onrechtmatigheid en recht op kostenvergoeding. Het cassatieberoep van de Minister werd ongegrond verklaard en de Minister werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Minister van Financiën wordt ongegrond verklaard en de Minister wordt veroordeeld in de proceskosten.