Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.[gedaagde sub 1] ,
1.De procedure
- de dagvaarding van 17 maart 2025, met bijlagen;
- het antwoord.
Rechtbank Rotterdam
Gedaagden huren sinds juli 2024 een woning en hebben een aanzienlijke huurachterstand opgebouwd. Eiseres stelt dat de huurovereenkomst met wederzijds goedvinden per 30 juni 2025 zou eindigen, maar gedaagden betwisten dit en voeren aan onvoldoende geïnformeerd te zijn over de gevolgen van beëindiging.
De kantonrechter stelt vast dat de huurovereenkomst nog steeds doorloopt omdat de afspraken over beëindiging zijn komen te vervallen door het niet nakomen van betalingsverplichtingen. De vordering tot verklaring voor recht dat de huurovereenkomst is beëindigd en de ontruimingsvordering worden afgewezen.
Gedaagden worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van de huurachterstand van €17.115,29 inclusief rente en tot betaling van de toekomstige huur vanaf oktober 2025. De gevorderde incassokosten worden afgewezen omdat de ingebrekestelling niet aan de wettelijke eisen voldoet. Tevens worden gedaagden veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De huurovereenkomst blijft bestaan en gedaagden worden veroordeeld tot betaling van huurachterstand en toekomstige huur, terwijl de beëindiging en ontruiming worden afgewezen.