De kinderrechter van de Rechtbank Rotterdam heeft op 20 augustus 2025 een beschikking gegeven waarin de voorlopige ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige worden verlengd tot 10 november 2025. De minderjarige verblijft sinds een incident op 10 augustus 2025 in een pleeggezin vanwege huiselijk geweld tussen de ouders en de alcoholproblematiek van de moeder.
De Raad voor de Kinderbescherming en de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond hebben het verzoek tot verlenging ingediend. De ouders, die de Nederlandse taal onvoldoende beheersen en gebruik maakten van een beëdigde Poolse tolk, erkennen de problemen en staan open voor hulpverlening en therapie. De vader verzocht om opheffing van de machtiging tot uithuisplaatsing, maar voerde geen verweer tegen de ondertoezichtstelling.
De kinderrechter oordeelt dat er een ernstig vermoeden bestaat dat de grond voor ondertoezichtstelling is vervuld en dat de machtiging tot uithuisplaatsing noodzakelijk is in het belang van de minderjarige. De situatie is te kwetsbaar om terugplaatsing toe te staan, ondanks de positieve ontwikkelingen en goede voornemens van de ouders. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad en er is mogelijkheid tot hoger beroep binnen drie maanden.