De kinderrechter van de rechtbank Rotterdam heeft op 3 september 2025 uitspraak gedaan over het verzoek van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming West tot verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van twee minderjarigen bij hun stiefvader.
De kinderen wonen bij de stiefvader; de moeder heeft het gezag over de oudste en samen met de stiefvader over de jongste. De ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing waren reeds verleend tot 5 september 2025. De GI verzocht verlenging van beide maatregelen voor een jaar. De moeder en stiefvader namen verschillende standpunten in, waarbij de moeder stabiliteit en meer omgang wenst en de stiefvader een kortere verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing voor de jongste wilde.
De kinderrechter oordeelde dat de ondertoezichtstelling verlengd moet worden vanwege de voortdurende ontwikkelingsbedreiging door loyaliteitsconflicten en de noodzaak van jeugdbescherming. De machtiging tot uithuisplaatsing werd verlengd voor de oudste minderjarige, omdat dit in zijn belang is. Voor de jongste werd de machtiging afgewezen, omdat hij niet buiten het gezin verblijft en de huidige situatie geen plaatsing buiten het gezin inhoudt.
De besluiten zijn uitvoerbaar bij voorraad verklaard. De rechter gaf de GI de overweging mee om de gezagssituatie van beide kinderen in het komende jaar te heroverwegen. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na uitspraak.