Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.Het verloop van de procedure
2.De feiten
3.Het verzoek
4.De beoordeling
De kinderrechter is van oordeel dat [minderjarige] niet de dupe mag worden van de nalatige houding van de vader en zal het verzoek daarom toewijzen. De kinderrechter acht het in het belang van [minderjarige] wenselijk dat zij kan beschikken over een paspoort.
5.De beslissing
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.