Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd ex artikel 287b Faillissementswet om de ontruiming van zijn huurwoning op te schorten. De rechtbank beoordeelt dat sprake is van een bedreigende situatie vanwege het proces-verbaal van ontruiming en het exploot dat ontruiming op 30 september 2025 aankondigt.
De rechtbank weegt het belang van verzoeker, die onder beschermingsbewind staat en de lopende huurtermijnen grotendeels heeft voldaan, tegen het belang van verweerster, die de ontruiming wil effectueren. Gezien de waarborg dat de huurtermijnen betaald worden en het minnelijk schuldhulpverleningstraject, weegt het belang van verzoeker zwaarder.
De voorziening wordt voor zes maanden toegewezen met de voorwaarde dat de lopende huurtermijnen tijdig worden voldaan. Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling ex artikel 284, tweede lid, Fw. De rechtbank benadrukt dat het samenwonen met de (ex)partner niet doorslaggevend is voor de beslissing.