Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- verzoekster;
- mevrouw O. Karstens, werkzaam bij Gelplein (hierna: schuldhulpverlening);
- de heer R.F. Marchelinus, werkzaam bij Stichting Woonstad Rotterdam (hierna: verweerster).
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
Verzoekster heeft bij de rechtbank Rotterdam een verzoek ingediend om een voorlopige voorziening (moratorium) ex artikel 287b Faillissementswet, gericht op het verbod voor verweerster om een ontruimingsvonnis ten uitvoer te leggen. Verzoekster kampt sinds februari 2024 met inkomensverlies en heeft vanaf april 2024 achttien maanden geen huur betaald.
De rechtbank stelt vast dat er sprake is van een bedreigende situatie vanwege het ontruimingsvonnis van 25 juli 2025 en de aangekondigde ontruiming op 29 september 2025. De wetgever beoogt met het moratorium een adempauze voor schuldenaren om tot een schuldregeling te komen. Echter, de rechtbank weegt het belang van verzoekster tegen dat van verweerster en concludeert dat onvoldoende aannemelijk is gemaakt dat de lopende huurtermijnen zullen worden voldaan.
Verzoekster heeft geen inkomsten en heeft zich niet voldoende ingespannen om deze te verkrijgen. Ook heeft zij geen bijdrage gevraagd van haar inwonende broer. Eerder toegekende en geweigerde moratoria en het voortduren van de huurachterstand leiden tot de conclusie dat het belang van verweerster zwaarder weegt. Daarom wordt het moratorium afgewezen en verzoekster niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling. Verzoekster kan later een nieuw verzoek indienen.
Uitkomst: Het verzoek om een moratorium wordt afgewezen en verzoekster wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling.